Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wouden zoeken, alleen tussen de boerenhofsteden, zonder kind of kraai?

Rudmer sloeg zijn ogen op onder Herre's zoekende blik; om de donker getekende mond trok een spottende ontkenning, alsof hij geraden had, wat Herre dacht. Plotseling sprak hij; de stem was slepend, glansloos, zonder een zweem van het vroegere, ijdele zelfbehagen.

■— Nee, Herre, ik kom niet terug —• ik ga niet weer naar de Wouden.

Herre zweeg, en zijn hand gleed onzeker langs de knopen van zijn vest. Rudmer wendde de ogen weer weg; maar een spottend rebelse trek bleef over zijn versmald gezicht, dat in zijn gerekte schraalte eensklaps op dat van den ouden Tjalling leek. Rudmer strekte de witte hand naar de sigarenkist, die Herre aanschoof; hij rookte, met korte, rukkende halen, waarbij de tabak van de dure sigaar omkrulde en vurig wegschrompelde. Herre kuchte. Hij was in zijn hart oververheugd, dat de jongen bij hem was gekomen; maar Rudmer's uiterlijk en gejaagd gedrag spanden zijn angst.

•— De Wouden zijn eenzaam, ja, zei hij eindelijk, aarzelig; — je zou een grotere gemeente moeten hebben, hè —■ in elk geval met meer mensen van jouw slag, ...afleiding •—

Had hij zich al versproken? Rudmer glimlachte kortaf en schudde het hoofd. Een wonderlijk koud verzet brandde even in de grijsblauwe pupillen.

—• Misschien. Maar ik geloof niet, dat ik weer preken zal... Zie je, Herre •—•

Zijn handen werden eensklaps levendig; hun bleke beweeglijke haast verergerde Herre's verwarring.

— ...Vitringa heeft toch gelijk gehad.

Herre's mond bleef licht geopend. Wat zei Rudmer? Was dit soms een droom, een benauwende droom? De stilte van het najaar, het fluisterig gesuis van de stofregen, de onwezenlijke eenzaamheid rondom het huis... in Herre's hoofd kwam ijle, verschrikte verbazing. Nee, hij was niet in slaap gevallen. Hij zat hier, in zijn eigen kamer, en luisterde naar Rudmer's on-

Sluiten