Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van der Zwaag nog lang niet dood en dreef hen steeds weer naar de partij van de gehate rooien. Het leek wel niet genoeg, dat Herre, de fabrikant, zoveel hoofdbrekens had met zijn concurrenten; hij moest daarenboven nog een oog in 't zeil houden, dat de arbeiders niet te brutaal werden, en dat de boeren hem met hun coöperatie's geen hak zetten. — De laatste vreesde hij nog veel meer dan de eerste; op zijn fabriek had hij de arbeiders in de hand, en zodra er raddraaiers onder hen zouden opduiken, die over een werkdag van tien uur of hogere lonen spraken •—• godbetert! •—1 hadden zij hun liedje bij hem voor eens en altijd uitgezongen. Met de coöperatie's stond het heel anders; die kon hij alleen van buiten af bestrijden; in de politiek van hun ,,Bond" had hij de hand niet. En ze vertoonden in de laatste jaren gevaarlijke neigingen; al ettelijke keren was het voorgekomen, dat ze hem een kille verrassing bezorgd hadden door als op geheime afspraak de onderlinge mededinging te staken en een tegenzet te doen, als Herre, profijt trekkend van hun verdeeldheid, de markt aan 't schommelen had gebracht; plotseling konden ze met een eensgezinde, lage prijs voor de dag komen, waarop hij niet verdacht was. En ze lieten zich daarbij niet tegen elkaar uitspelen, hoe listig hij het trachtte aan te leggen, en dwongen hem op zijn beurt, zijn prijs te laten vallen.

Op de halfjaarlijkse bijeenkomst van de bezitters der melktrust, waar Herre het triomfantelijk verslag uitbracht over de aankoop der greidplaatsen, die met hun opbrengsten zichzelf ruimschoots beloofden te betalen, gewaagde hij daarnaast ook van de handgrepen der coöperatie's, die hem nu al een paar maal een flinke hap van de winst hadden weggegraaid, of hem met de voorraden lieten zitten; andere particulieren hadden eenzelfde klap door hen gekregen. — Een der commissarissen, die zich Herre's redenering van voorgaande jaren herinnerde, zei kortaf: Koop ze ook. ■— Wie? vroeg Herre, —• de coöperatie's? •—• Het antwoord bleef laconiek als de vraag: Nee, de particulieren. —• Herre zweeg getroffen, terwijl sommigen glimlachten; de buitenlanders luisterden nadenkelijk.

Sluiten