Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een commissie van drie voor een nader onderzoek. Het verslag, door deze commissie in de zitting van 8 November ingediend, eindigde na veel omhaal en hoogdravende volzinnen, waarbij zelfs de Alexandrijnsche bibliotheek te pas kwam, met het voorstel aan te bevelen x).

Het vestigde er de aandacht op, dat de bibliotheek weliswaar belangrijke verliezen geleden had, maar dat ze anderzijds toch nog vele voortreffelijke werken telde, welke meerendeels in goeden staat waren. „Dat hieronder wel ook veele, niet zo sterk thans gesmaakte Godgeleerde en andere schrijvers zijn ; maar dat er buiten deeze nog een zeer aanzienlyke schat is van meer gezochte en alleszins keurlyke werken en vooral van die, welke tot de Vaderlandsche geschiedenis, Rechten en Oudheden behooren, waarvan niets is vervoerd, en die gewis den Bataafschen Staatsman byzonder ten dienste kunnen zijn." Verder opperde het verslag bedenkingen tegen het wel zeer beperkte gebruik der bibliotheek, al zouden de leden der Kamers en van het Uitvoerend Bewind ongetwijfeld vóór ieder ander dienen geholpen te worden. „Maar moeten zo veele andere hier verzamelde voornaame ambtenaaren, hooge standspersoonen, hoofdbevelhebbers der gewapende macht, ja alle verdere, zo uitheemsche, als Bataafsche in geleerdheid en lettermin uitmuntende, en zich hier bevindende vernuften, door eene zo bekrompen en eigenbaatig schijnende bepaaling, te weinig heusch en vriendlyk, te weinig met het edel oogmerk, tot het meest mooglyk uitbreiden en algemeen maken van verlichting, smaak en wetenschap overeenkomstig, zich allen toegang tot dezelve zien ontzeggen? en dus van alle nuttig gebruik derzelve zich op het onaangenaamste zien uitsluiten ? welke eene schijnbare onbestaanbaarheid." Dat was dan ook ongetwijfeld niet de bedoeling, zoo meenden de rapporteurs en zij hadden daarom de vaste overtuiging, dat, natuurlijk met de noodige voorzorgen, bij de nadere voordracht aan dit bezwaar zou tegemoet gekomen worden. En in het vertrouwen hierop bekrachtigde de Tweede Kamer het voorgestelde besluit.

Onmiddellijk hierna werd door de Commissie van Toezicht en Politie der Vergaderzaal een begin gemaakt met de overbrenging en opstelling der bibliotheek. Van Cleef ontving den 19e11 November van de Domein-administratie machtiging tot

') Besl. Tweede Kamer. Dl. IV. (November 1798), blz. 154—165.

Sluiten