Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De staatsgreep van September 1801 had het Staatsbewind aan het roer gebracht. Eenige dagen lang waren met de vertrekken van het Vertegenwoordigend Lichaam ook die van de bibliotheek verzegeld geweest, totdat den 25en September de Agent van Inwendige Politie geautoriseerd werd de laatste te ontzegelen, „zullende echter hoezeer de boeken als gewoonlijk, door een ieder zullen kunnen worden erlangd, de directe toegang tot de Bibliotheek aan niemand dan aan den Bibliothecaris alleen vergund zijn" x). Voorloopig bleven de zaken verder bij het oude, totdat de nieuwe staatsregeling definitief was afgekondigd. Kort daarna deelde de president in de vergadering van den 5en November van het Staatsbewind mede, te zijn opgewacht door den burger Van Royen, die hem als lid van de Commissie tot het Werk der Nationale Bibliotheek mede namens de andere leden vroeg, hoe zij zich ten aanzien dezer commissie na de ontbinding van het Vertegenwoordigend Lichaam hadden te gedragen. Men besloot daarop het beheer van de bibliotheek door de commissie te doen overgeven aan twee leden van het Staatsbewind, Besier en Van Haersolte2). Bij besluit van het Staatsbewind van den 25en Januari 1802 werden deze twee leden, na hun gunstig verslag omtrent de overname, definitief met het beheer van de bibliotheek belast 3).

Voor de bibliotheek bracht deze wisseling van bestuur geen ingrijpende veranderingen mee. Het solide beheer van de gelden, de zuinige — al te zuinige — politiek van aankoopen, alles werd voortgezet gelijk het onder de bibliotheekcommissie begonnen was. Ook de goede verhouding met Flament bleef bestaan. Niet alleen blijkt dit uit de beslissing omtrent zijn huisvesting, maar ook is daarvan een overtuigend bewijs het besluit, den 1 Juli 1802 door het Staatsbewind genomen, waarbij aan H. van Wijn bij het hem opgedragen onderzoek der archieven Flament als assistent werd toegewezen op een jaarlij ksch tractement van ƒ 500 voor den tijd, dat dit onderzoek zou duren 4). Intusschen, al bleef veel bij het oude, toch vertoont de nu volgende periode in het leven der bibliotheek een eigen karakter. Was het immers

x) A. R. A. Notulen v.h. Uitvoerend Bewind, 25 Sept. 1801.

2) Notulen Staatsbewind, 5 Nov. 1801, Nr. 63.

3) Ibid., 25 Jan. 1802, Nr. 68.

4) Ibid., 13 Juli 1802, Nr. 11. Toen onder den Raadpensionaris de opdracht aan Van Wijn bij besluit van den 28™ Mei 1806 een permanent karakter kreeg, werd ook Flament's benoeming definitief.

Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek. 2

Sluiten