Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was en hoewel men er voortdurend naar streefde het kapitaal te vergrooten door van de overschotten nieuwe effecten te koopen, werd toch in de jaren 1803 en 1804 voor ƒ 600 a ƒ 700 aangekocht. Onder deze omstandigheden ondervond dan ook de bibliotheek den druk van den droevigen economischen toestand der Republiek heel wat minder sterk dan wanneer zij op staatsgelden aangewezen was geweest. Het is daarom niet verwonderlijk, dat het den i5en April 1804 uitgekomen vierde Aanhangsel op den gedrukten catalogus, waarin de aanwinsten van medio 1801 tot einde 1803 vermeld waren, met zijn 1083 nummers de beide vorige supplementen in omvang verre overtrof.

Ook het korte bewind van den Raadpensionaris tijdens de jaren 1805 en 1806, was, al werden toen ook geen heele bibliotheken verworven, weinig minder gunstig. „Quoique de courte durée", zoo getuigt Flament later, „ce gouvernement fut trés favorable aux progrès de la Bibliothèque. L'on s'occupa moins alors d'en economiser les fonds pour 1'avenir, que de les bien employer dans les occasions qui se présentoient. II lui fut même accordé un subside particulier de ƒ2000, k 1'occasion de la belle vente de Mr. Röver *) a Leide, oü nous acquimes plusieurs ouvrages précieux, entr'autres 3 beaux manuscrits de la Chronique de Melis Stoke" 2). Opmerkelijk is het in dit verband, dat, terwijl de aankoopen voor de Nationale Bibliotheek altijd op veilingen geschiedden, het Register van aanwinsten op den 3oen April 1805 een groot aantal boeken vermeldt, die rechtstreeks van eenige boekhandelaren betrokken waren.

In den loop van weinig jaren had zich aldus een verzameling gevormd, die — snel aangroeiend, goed geordend, open staand voor eiken ernstigen werker, door een gedrukten catalogus gemakkelijk toegankelijk en over eigen fondsen beschikkend — weliswaar nog niet zeer omvangrijk was, maar toch belangrijke mogelijkheden in zich borg. De Nationale Bibliotheek scheen goed op weg tot een werkelijk nationale instelling te worden. Van der Palm, met den Algemeenen Secretaris van Staat, Hultman, in dezen tijd Commissaris der bibliotheek, had reeds in 1800 als Agent der Nationale Opvoeding, daarover een briefwisseling

, .') Matthias Röver, een bekend i8(' eeuwsch classicus, liet een prachtige bibliotheek na, die in 1806 werd verkocht. De veilingcatalogus, in twee deelen, was voortreffelijk bewerkt door B. P. van Wesele Scholten.

2) Arch. K.B. Rapport aan Lampsins.

Sluiten