Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrag voor deze collectie betaalde, is ten deele aan philanthropische beweegredenen toe te schrijven, ten deele echter ook aan het feit, dat men de waarde van dergelijke collecties destijds overschatte. Men stelde zich nl. wonder wat voor van het profijt, dat de latere wetenschap uit de handschriftelijke aanteekeningen van geleerden als Saxe trekken zou. In de praktijk is dat nut meestal niet zeer groot gebleken, terwijl buitendien zulke verzamelingen sterk verouderen. Die van Saxe ontleent dan ook haar waarde voornamelijk nog aan de uitgebreide correspondentie die ze bevat, welke voor de geleerdengeschiedenis van belang is.

Geheel anders kan ons oordeel luiden over een tweede verzameling nl. de bibliotheek van Mr. Joost Romswinckel te Leiden. De verwerving van deze buitengewoon omvangrijke en kostbare collectie is in het bestaan der Koninklijke Bibliotheek een zóó gewichtige gebeurtenis geweest, dat men zich niet genoeg verwonderen kan, daarvan op den huidigen dag nauwelijks iets in de herinnering te zien voortleven. Romswinckel, die o.a. gedurende een aantal jaren schepen te Leiden was en afgevaardigde ter Staten-Generaal, bewoonde een huis op het Rapenburg, dat door de ramp van het kruitschip op 12 Januari 1807 zwaar beschadigd werd x). Hierdoor van een zijner kinderen en van een groot deel van zijn bezittingen beroofd, wendde hij zich tot den Koning en bood hem zijn bibliotheek en kaartenverzameling, die gespaard waren gebleven, aan, met de duidelijke bedoeling, dat Lodewijk zich zijn lot zou aantrekken 2). Deze droeg aan Bilderdijk op, in zijn functie van Bibliothecaris een onderzoek in te stellen naar deze bibliotheek. Uit diens rapport, alsmede uit een kort overzicht, dat Romswinckel van de verzameling gemaakt had, blijkt, dat het voornaamste gedeelte van de bibliotheek bestond uit een vrijwel complete collectie literatuur over de geschiedenis van ons land in den ruimsten zin des woords en een kaartenverzameling van 9000 a 10.000 stuks. Er waren verder een vrij groot aantal, deels kostbare, handschriften en zeer veel oude en zeldzame drukken, vooral van klassieken 3).

Meerman, aan wien de stukken voor advies gegeven waren,

*) Zie zijn brief in : H. A. Höweler, Wat ooggetuigen over de ramp te Leiden in 1807 vertellen, Leidsch Jaarboekje XXV (1932—33), blz. 7—10.

2) A.R.A. Archief Binn. Z., Portef. 897. Brief van 19 Jan. 1807.

3) A.R.A. Archief Binn. Z., Portef. 897. Brief van Bilderdijk aan den Koning van 22 Jan. 1807. Een andere brief, die op een aantal punten nogal afwijkt, in het archief der K.B.

Sluiten