Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekere voorliefde had en waarmede hij ons volk blijvend aan zich heeft verplicht — een zeer groot aantal boeken en handschriften aan de bibliotheek toegevoegd, de afdeeling der prenten, op 's Konings wensch als onderdeel bij de Koninklijke Bibliotheek opgenomen, had haar ontstaan uitsluitend aan een op dergelijke wijze verworven collectie te danken. De i6en Maart 1807 nl. had Hultman als Directeur-generaal der Schoone Kunsten van den oudburgemeester van Leiden J. Gael het beroemde prentenkabinet gekocht, dat herkomstig was van Pieter Cornelis van Leyden, heer van Vlaerdingen. De koopprijs voor deze buitengewoon rijke verzameling, bestaande uit 205 portefeuilles en 172 prentwerken, die anders ongetwijfeld in buitenlandsch bezit zou zijn geraakt, bedroeg ƒ 100.000. Toen de Koninklijke Bibliotheek haar intrek in het Mauritshuis had genomen, werd ook deze prentenverzameling daarheen overgebracht x).

Ten slotte mogen wij hier ook de verwerving van een belangrijk deel der penningverzameling van den boekhandelaar-verzamelaar Pieter van Damme niet onvermeld laten. Den 29en November 1807 gelastte de Koning Meerman advies uit te brengen of het niet raadzaam ware, dat de Regeering de boeken, medailles, enz. uitmakende de bibliotheek van Pieter van Damme, geheel of gedeeltelijk aankocht, vóór het tijdstip der publieke verkooping, bepaald op den 2ien Maart 1808 2). Meerman schatte de totale waarde der verzameling op ƒ 40.000, maar men schijnt ten slotte toch eerst op de veiling een gedeelte te hebben gekocht, daar in Juni 1808 de Koninklijke Bibliotheek drie kisten met penningen van de verkooping Van Damme ontving. Tot een werkelijke afdeeling van de bibliotheek is het penningkabinet echter nooit geworden. In een brief van 29 Mei 1809 aan Lodewijk wees Meerman op de noodzakelijkheid van een ordening der verzameling Van Damme en de onmogelijkheid om het door de bestaande krachten te laten doen, zoodat hij daarvoor een afzonderlijken ambtenaar voordroeg3). De Koning volgde echter in dezen Meerman's advies niet, daar hij wel overeenkomstig diens voordracht bij Decreet van 6 October 1809 het tractement van de onder-bibliothecarissen van ƒ 800 op ƒ 1200 bracht, maar tevens

) Zie voor deze collectie, die de grondslag worden zou voor het Rijksprentenkabinet, J. G. van Gelder, „Dilettanti" en kunstwetenschap. Wormerveer, I936» blz. 9 v. en J. Duchesne, Voyage d'un iconophile. Paris, 1834, blz. 238 v.

2) Deer. en besl., 29 Nov. 1807, Nr. 4.

3) A.R.A. Archief Binn. Z. Portef. 902. Minuut van Meerman.

Sluiten