Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij bepaalde, dat één dezer functionarissen met de zorg over de penningen belast zou zijn. Ten slotte echter gelastte een Decreet van 10 Juni 1810, dat het Penningkabinet met het Koninklijk Museum te Amsterdam vereenigd zou worden.

De abnormale groei van de Koninklijke Bibliotheek door het verwerven van al deze collecties werd nog aanzienlijk vergroot door den geregelden aankoop, welke dien van vroegere jaren verre overtrof. Bij de vaststelling van het jaarlij ksch subsidie op ƒ 6000 had men gerekend op ƒ 2000 k f 3000 voor aankoop en binden. Uitdrukkelijk was echter in Art. 19 van het Reglement bepaald, dat de Directeur-generaal na gehouden bespreking in den Raad van Administratie bij bijzondere gelegenheden van aankoop om een afzonderlijk subsidie zou mogen vragen. En Meerman heeft tijdens Lodewijk's regeering van dit recht ook gebruik gemaakt, zoodat de gelden, waarover men beschikte, voor die dagen zeker aanzienlijk genoemd mogen worden. Het was in de wekelijksche vergaderingen van den Raad van Administratie — bestaande uit de twee Bibliothecarissengeneraal 1) en Meerman als voorzitter, terwijl de secretaris-archiviste Dedel, toegevoegd aan Meerman, notulen hield — dat omtrent alle aankoopen werd beslist. Lange lijsten van werken, waarop commissie gegeven werd of die bij Van Cleef werden aangekocht, treffen wij in de notulen van den Raad aan: voor het verkrijgen van een overzicht van den toenmaligen aankoop uitermate leerrijke lectuur.

Er werd niet alleen veel, maar ook goed aangekocht, meestal — zooals gewoonlijk in dien tijd — op veilingen. Men was er blijkbaar op uit, alle gebieden van wetenschap, wanneer de gelegenheid zich bood, te verzorgen. Vandaar, dat er vrij veel werken, de natuurlijke historie en de medicijnen betreffende — vakken, waarvan de Koninklijke Bibliotheek weinig bezat —werden aangeschaft; maar ook de literatuur, de theologie, de schoone kunsten, de geschiedenis en het recht werden zeer behoorlijk bedacht. Op een veiling te Mechelen kocht men veel werken op het gebied der Vaderlandsche geschiedenis, voornamelijk uit de i6e eeuw, tegen lage prijzen; op de veiling Van Buren, in November 1808 in Den Haag gehouden, voor ruim ƒ 1200 prenten; uit de bibliotheek van De la Serna Santander, in December 1808 te Parijs verkocht, voor een bedrag van

l) Flament ontbrak echter het eerste jaar voortdurend.

Sluiten