Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

devoit présider le conseil de la Bibliothèque. L'esprit de ce règlement, surtout 1'article qui défendoit tout achat de livres, qui ne fut conclu dans ce conseil et par conséquent tous les trocqs, a constamment été 1'objet de son aversion, énoncée a Mr. Stratenus tant de fois et avec 1'expression de son espérance que cette gêne des Bibliothécaires ne dureroit pas toujours." Meerman bepaalde zich slechts tot deze hem door Stratenus dikwijls medegedeelde feiten, waardoot de laatste herhaaldelijk van plan was geweest zijn ontslag te vragen, als Meerman dat niet had weten te verhinderen. Maar thans had niets hem van zijn besluit kunnen weerhouden en zou het resultaat zijn, dat op het oogenblik van de grootste verwarring in de Koninklijke Bibliotheek door het uitpakken van de boeken van Romswinckel Meerman alleen met Flament zou blijven, die, om van de rest te zwijgen, nu twee jaar lang buiten de bibliotheek had gestaan.

Het antwoord van den Koning was voor Meerman zeer geruststellend. De Hollandsche Jaarboeken zouden blijven bestaan, daar de Fransche uitgave een ander, aanvullend doel had. Daar Flament hiervan de redactie zou voeren, kon Stratenus aan de bibliotheek blijven. De Koning willigde zijn ontslag niet in en sprak in Meerman zijn vertrouwen uitx). Diens vermoedens waren dus ongegrond gebleken en den 3en November werd hij dan ook naar het Loo ontboden om de te nemen maatregelen voor de nieuwe publicatie te bespreken 2). Vier dagen later lichtte hij Flament schriftelijk in over de nieuwe plannen, waarbij deze zou moeten samenwerken met Commissies uit het Koninklijk Instituut en zich dus in Amsterdam zou moeten vestigen.

Flament echter, met klimmend wantrouwen vervuld en door den nieuwen maatregel van Lodewijk geprikkeld, zag op zijn beurt in Meerman's reis naar het Loo en in deze onwelkome opdracht niet veel anders dan een uitvloeisel van een tegen hem bestaande conspiratie en liet zich verleiden tot een wel zeer onberaden stap. Den 8en November schreef hij aan Meerman, dat hij zich voor dezen arbeid niet de geschikte persoon achtte en besloten had den volgenden dag zich naar het Loo te begeven, ten einde zich bij Z.M. te verontschuldigen. „Je suis tout & Elle comme a son royaume; mais je sfais me rendre justice et n'ayant au monde d'autre ambition que de bien remplir les devoirs de ma place, je me garderai bien de

x) Mus. Meerm.-Westr. Lodewijk aan Meerman, 31 Oct. 1809.

2) Meerman verhaalt dit in een brief van December 1810 aan den Minister van Binnenlandsche Zaken. A.R.A. Archief Binn. Z. Portef. 905.

Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek. 4

Sluiten