Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebeurtenissen in de jaren 1812 en 1813 en beheerschte ook door alle geschrijf en administratie, welke daarmede samenhingen, het leven der bibliotheek in deze periode volkomen. Al dadelijk was er — naar Flament in zijn rapport aan Lampsins verhaalt — groote ongerustheid gewekt door deze dreigende bepaling. „Nous avions une foule de choses précieuses, qu'ils n'avoient po int a Paris. II nous fallut pour ainsi dire manoeuvrer avec d'autant plus d'addresse, qu'il étoit moins permis et possible de rien dissimuler de ce qui étoit bien connu. Depuis quelque tems nous ne montrions plus aucun de nos manuscrits. Je me contentois de répondre qu'ils étoient en trés petit nombre et en général assez insignifïans sans même qu'il en existat un catalogue en forme; ce qui étoit vrai et ce qui nous sauva 1'original de 1'Union d'Utrecht, 1'opdragt aan Prins Willem, etc. L'on se borna a nous demander officiellement de Paris le catalogue de nos imprimés et de nos estampes" *).

Dat verzoek kwam den 8en Augustus 1811, toen Montalivet zich tot D'Alphonse wendde, om de catalogi der bibliotheek ter vergelijking naar Parijs te zenden. Op zijn beurt richtte D'Alphonse zich tot De Stassart, die den 6en September 1811 de door beide bibliothecarissen onderteekenden gedrukten catalogus, alsmede een copie van het supplement en den catalogus der prentenverzameling aan den Intendant zond. Men had natuurlijk wel zeer bijzondere maatregelen moeten nemen om bij den onvolmaakten toestand, waarin de catalogus van de bibliotheek zich bevond, in zóó korten tijd deze lijsten te kunnen overleggen. We lezen dan ook in het begeleidend schrijven van den prefect, dat men meer dan twintig schrijvers aan het werk gezet had om dezen zoogenaamden catalogus gereed te krijgen 2). Hoe Flament daarover zelf dacht, blijkt wel uit hetgeen hij twee jaar later in een brief aan den Maire van Den Haag, Van der Schinne, schreef: „Je souffre plus impatiemment que personne que nous n'ayons pas encore de catalogue en règle,

0 Arch. K.B.

*) Zie G. A. Evers in Bibliotheekleven V (1920), blz. 160. Deze lijsten waren blijkbaar in duplo vervaardigd. Van het tweede exemplaar, inderdaad door allerlei verschillende handen geschreven, werden twee supplementdeelen op den catalogus gevormd, waarin Flament 3 September 1811 schreef: „Les personnes, qui liront ce supplément sont suppliées de considérer que la classification n'en est encore que provisoire et que la transcription a dü en être faite avec une rapidité extréme sur des billets volans, par des écrivains qui n'ont aucune connoissance du Latin, et qui n'entendent même que médiocrement le Franfois. Nous osons donc réclamer et espérer toute 1'indulgence possible pour les fautes sans nombre que l'on y trouvera" (Arch. K.B.).

Sluiten