Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Kunst en Wetenschap, mitsgaders van eenige harten en reeën, alles toebehoord hebbende aan wijlen Zijne Doorluchtige Hoogheid, Hoogdeszelfs Vader en buiten deszelfs toestemming op onderscheiden tijden door het toenmalig Gouvernement aan deeze stad ten geschenke gegeven, en dat Zijne Kon. Hoogheid zal worden verzogt dezelven terug te nemen, als zijnde geweest en gebleeven het eigendom van wijlen Zijnes Hoogheids Vader of Hoogdeszelfs wettige Erfgenamen" x).

De Souvereine Vorst schijnt dit aanbod in het plechtig gehoor door hem aan Provisioneel Bestuur en Raad der stad den 8en Januari verleend, mondeling te hebben aangenomen 2) en wees bij besluit van 14 Januari zijn Kamerheer Mr. A. J. C. Lampsins aan om de bibliotheek en „de verdere objecten van kunst en wetenschap" van de stad over te nemen en een rapport in te dienen omtrent den toestand der verzamelingen en de daarbij in dienst zijnde personen3). Zijnerzijds benoemde het Provisioneel Bestuur een commissie, bestaande uit Mr. W. 't Hoen, Lid van dit Bestuur en J. Jochems, Lid van den Provisioneelen Raad om zich met Lampsins omtrent de overneming te verstaan 4). Overeenkomstig het advies van deze gecommitteerden, die den i8en Januari een eerste bijeenkomst met Lampsins gehad hadden, werd besloten door middel van een advertentie in de Haagsche Courant ter algemeene kennis te brengen, dat in verband met de overname voorloopig de bibliotheek voor het publiek gesloten zou zijn 5). Nadat op diens voorstel Lampsins door Willem I was gemachtigd tot het voeren van den titel van „Provisioneele Directie der Vorstelijke Bibliotheek en verdere voorwerpen van kunsten en wetenschappen in 's Gravenhage"6), diende hij den i8en April 1814 zijn rapport omtrent de verschillende verzamelingen in.

Voor dit stuk had Lampsins o.a. gebruik gemaakt van gegevens

') G. A. 's Grav. Notulen van het Verhandelde bij de Heeren Leden van het Provisioneel Bestuur en Raden der stad 's Gravenhage. Maandag, 3 Januari 1814.

2) Zie: A. W. de Vink, De kunstverzamelingen, enz. Jaarboek Die Haghe 1933, blz. 91.

3) Arch. K.B. Besluit van 14 Jan. 1814, Nr. 71. Ten onrechte is deze datum door Campbell in zijn levensbericht van Holtrop (Levensb. d. Maatsch. d. Ned. Lett., 1870, blz. 649 vv.) ook voor den datum van overdracht gehouden.

4) G. A. 's Grav. Notulen van het Provisioneel Bestuur der stad 's Gravenhage, 17 Januari 1814.

5) G. A. 's Grav. Ibid., 19 Januari 1814.

6) Arch. K.B. Besluit van 9 Febr. 1814, Nr. 61.

Sluiten