Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem verstrekt in het belangrijke, in den loop van ons verhaal reeds meermalen aangehaalde rapport van Flament van 24 Januari 18141). Het rapport is in drie gedeelten verdeeld, waarvan het eerste het ontstaan en de geschiedenis der bibliotheek behandelt, het tweede de aanwinsten en het laatste den toenmaligen staat van de verzamelingen. Het dikwijls tot in details afdalende stuk is zeer betrouwbaar en vormt een van de belangrijkste bronnen voor de vroegste geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek. Zeer typeer end voor Flament, die zich steeds wist aan te passen aan de omstandigheden, is een passage, waarin hij bescheidenlijk herinnert aan diensten, door hem aan Willem V en zijn gemalin bewezen. In 1803 en *804 n.1. had hij op verzoek van de stadhouderlijke familie een aantal werken, die dubbel in de Nationale Bibliotheek aanwezig waren of zelfs voor een deel door hem in opdracht werden gekocht, naar Berlijn gezonden, waarvoor hij dan de koopsom en verdere kosten vergoed kreeg van de als tusschenpersoon optredende „MeNe de Reede" 2).

Er was voor Flament trouwens wel reden om met nadruk op zijn aanhankelijkheid voor de Oranje's te wijzen. Nog nimmer had zijn positie bij de vele bestuurswisselingen zooveel gevaar geloopen als thans, nu men allerminst geneigd zou zijn een Franschman en dan nog wel een Roomsch-katholiek geestelijke in dienst te houden op een post, dien vele Nederlanders gaarne vervullen zouden. Degenen, die zich dan ook op verschillende gronden tegen hem verklaarden, waren vrij talrijk en Flament was zich deze oppositie zeer goed bewust. Vandaar, dat hij zich den igen Januari tot Willem I richtte met het verzoek om door dezen in zijn ambt te worden gecontinueerd. Na in zijn brief over zijn opbouwenden arbeid aan de bibliotheek te hebben uitgeweid, brengt hij zijn persoon en de bezwaren, die men tegen hem inbrengen kon, ter sprake. „Je ne dissimulerai pas a V.A.R." zoo schrijft hij, „que je suis Frangois, mais il y a prés de 20 ans que je suis domicilié en Hollande .. . Mon ier soin fut d'y apprendre la langue des pays et c'est a la connoissance de cette langue, autant qu'i quelques connoissances bibliographiques que je dois d'être devenu bibliothécaire en 1798. Depuis prés de 16 ans que je suis au service de

') Drie exemplaren hiervan, w.o. een van Flament's hand berusten in het archief der Koninklijke Bibliotheek.

2) Maria Wilhelmina gravin van Reede-Ginkel, hofdame van prinses Wilhelmina.

Sluiten