Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de „mobiele catalogus" geplaatst waren; de „Koningskamer" J), die met het oog op bezoekers wat fraaier was ingericht en handschriften, plaatwerken en de uitgaven van Aldus, Junta, Elzevier, Stephanus en Plantijn bevatte; het kabinet van den bibliothecaris eindelijk, waar de allerkostbaarste handschriften en boeken waren ondergebracht. Op de tweede verdieping werden de dubbele en minder fraai uitziende werken geplaatst, in afwachting van het tijdstip, dat ook aan deze verdieping een meer definitieve bestemming zou gegeven worden. Hier kwamen dan ook geen bezoekers; slechts de benedenvertrekken en vooral de eerste verdieping waren o.a. door het aanbrengen van „arcaden" in plaats van deuren er op ingericht om bij een bezichtiging een zoo gunstig mogelijk effect te maken.

Voor den buitenstaander moest het wel schijnen, dat organisatie en inrichting der Koninklijke Bibliotheek niets te wenschen overlieten. En toch — de orde, die uit dit alles scheen te spreken, was in werkelijkheid, gelijk wij dat later nog zullen zien, veel minder groot dan men Zou denken. Flament wist dit zeer goed en had ook wel reorganisatieplannen, maar daarvan kwam al heel weinig terecht. Naast hem bestond het geheele personeel der bibliotheek uit den onderbibliothecaris De Wit, aan wien echter door zijn gebrekkige talenkennis en geringe algemeene ontwikkeling geen verantwoordelijk wetenschappelijk werk kon worden opgedragen, den assistent en concierge Pauli en een tweeden assistent, die beiden slechts bediendenwerk verrichten. Met een dergelijken „staf" kon niet veel worden bereikt. Buitendien beging Flament de gewone fout, waardoor zooveel bibliothecarissen in de ige eeuw gestrand zijn, om nl. aan zijn plannen een veel te grootschen opzet te geven. Terwijl het al moeilijk genoeg geweest zou zijn om alle nieuwe aanwinsten met de eenmaal bestaande systematische indeeling te verwerken, ontwierp hij een nieuwe, waarvan wij het schema nog als „Appergu de la réorganisation de la Bibliothèque Rle au Voorhout" in het archief der bibliotheek terugvinden. Het is wel onnoodig te zeggen, dat bij de be-

*) Ten onrechte heeft men op grond van den naam deze kamer dikwijls beschouwd als de kamer, waar Willem I in de jaren, dat het gebouw als paleis dienst deed, vooral had vertoefd. In Flament's aanteekeningen ten tijde van de verhuizing en inrichting lezen wij: „La salie du Roi, comme nousl'avons a la Maison Maurice, ou les personnes de la Cour peuvent être refues quand elles viennent seules ou en compagnie et qui d'ailleurs peut servir a 1'exposition momentanée de quelque objet d'art que S.M. ou les ministres voudroient inspecter, ainsi qu'il est déja arrivé assez souvent."

Sluiten