Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaronder 56 met miniaturen. Daarbij bevonden zich tal van uit kunsthistorisch oogpunt belangrijke exemplaren, waarvan wij als een der opmerkelijkste noemen het horarium van omstreeks 1470 met twee miniaturen van Jean Foucquet1).

Een tweede, belangrijke vermeerdering van het handschriftenbezit, in 1832, was te danken aan een reeds van 1818 dateerenden aankoop. In dat jaar had nl. de weduwe van den Belgischen geleerde Gérard diens handschriftenverzameling aan den Koning te koop aangeboden en Van Wijn, wiens advies in dezen was ingewonnen, had de waarde geschat op ƒ 7000 2). Voor dit bedrag werd dan ook de geheele collectie door de regeering aangekocht, waarna ze bij ministerieel besluit van 17 Juni 1818 in het Rijksarchief werd geplaatst. Een gelukkige beslissing was dit niet, aangezien weliswaar de verzameling Gérard een zeer groot aantal stukken — meestentijds afschriften van Gérard zelf — van staatkundigen aard bevatte, maar toch het meerendeel bestond uit handschriften, die krachtens hun karakter in een bibliotheek thuis behoorden 3). In 1832, toen althans de Rijksarchivaris Bakhuizen van den Brink een juister begrip toonde te hebben voor het onderscheid tusschen een bibliotheek en een archief, ontwierp men een verdeeling van de handschriften, waardoor van de 578 nummers er 437 aan de Koninklijke Bibliotheek werden afgestaan. Het ministerieel besluit van 27 Juni 1832, waarbij dit werd bepaald, gelastte tevens de overbrenging van het z.g. „bruine kastje" met zijn inhoud van charters en staatsstukken, dat zich sinds 1799 in de Koninklijke Bibliotheek bevond, naar het Rijksarchief4). De bibliotheek ontving door deze beslissing, behalve een zeer groot aantal copieën van geschriften op het gebied der vaderlandsche geschiedenis, ook verschillende middeleeuwsche handschriften, waaronder het merkwaardige van omstreeks 1200 dateerende „Psautier de Fécamps en het getijdenboek van Philips den Goeden met de grisailles van Jean le Tavernier 5).

') Zie A. W. Byvanck, a.w., Nr. 30. Verdere handschriften uit deze collectie aldaar onder de Nrs. 3, 5, 6, 11, 18, 19 en 31.

2) A.R.A. Archief Staatssecretarie. Brief v. d. Commissaris Gen. a. d. Koning v. 31 Mrt. 1818.

■O Overzigt van het Ned. Rijksarchief. 's-Gravenhage, 1854, blz. 96 vv.

) Alleen de opdracht der graaflijkheid aan Willem I en het origineel van de Unie van Utrecht bleven inde Koninklijke Bibliotheek, omdat Flament tegen de afgifte bezwaar had gemaakt. Deze stukken zijn eerst in 1836 overgebracht.

■') Zie A. W. Byvanck, a.w., Nrs. 2 en 21. Een indruk van den aard der verzameling krijgt men door de opgave van alle handschriften, die betrekking hebben op de Belgische geschiedenis, destijds door Reiffenberg gepubliceerd in Compterendu des séances de la Commission Royale d'histoire, K1834— 37), 2e edition. Brux., 1844, blz. 265—352.

Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek. 7 97

Sluiten