Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij heeft een doorloopende machtiging om bij voorkomende gelegenheden Plantij ns en Elzeviers en classici cum notis variorum aan te koopen, schrijft in een brief aan den Minister van 21 Juli 1819 enthousiast over zijn aankoop op een veiling bij Scheurleer „meest groot papier en overheerlijke exemplaren" en koopt in 1821 zelfs een Horatius en Vergilius in de uitgave van Didot van 1798 voor niet minder dan ƒ 250.

Bij zulk een politiek was dus elk bewust streven om de bibliotheek den voortgang der wetenschap zoo goed mogelijk te doen volgen, ver te zoeken. Trouwens, dat Flament door afkomst en opleiding weinig contact met moderne wetenschap had en bij de stijging der jaren ook niet de minste moeite deed dit te verkrijgen, blijkt bij herhaling. „Er gehorte zu den vielen Bibliothecaren, die man dazu gemacht hatte, weil man sie zu nichts weiter auf der Gotteswelt gebrauchen konnte", zoo luidt later het te scherpe, maar begrijpelijke oordeel van Hoffmann von Fallersleben, als hij in 1821 bij zijn eerste bezoek aan ons land den slecht Nederlandsch sprekenden en van de middelnederlandsche handschriften onkundigen Flament ontmoet2). En Hoffmann's landgenoot Ernst Münch, die gedurende eenige jaren als onderbibliothecaris gelegenheid had Flament gade te slaan, geeft van hem later het volgende beeld: „Listig, verschmitzt, die innere Gesinnung durch aussere humane Sitte verbergend, hasste er die Teutschen im Allgemeinen und ihre Philosophen und Theologen insbesondre, als Freigeister, Rationalisten, Ketzer und Schismatiker, als Urheber all des Jargons, der in die neuere Literatur gekommen und nun selbst die Franzosen anzustecken beginne; auf unsere schönwissenschaftliche Literatur hielt er gar nichts und Delille galt ihm als der Typus des Schonen und Sittlichen, wie er es liebte; wiewohl das Feuer seiner Augen unter den weissen ehrwürdigen Haaren hervor deutlich anzeigte, dass das Zucken seiner Lippen nicht einzig und allein vom Beten herrühre. Seine Ansichten gingen natürlich auch auf die Verwaltung der Bibliothek und die Grundsatze der Anschaffungen über" 3). Het viel niet te ontkennen: Flament geraakte in ons land. meer en meer geïsoleerd. Zijn Fransche afkomst, in den tijd van ons nationaal verval nauwelijks als een bezwaar geteld, deed

!) A.R.A. Archief Min. Ond., N.N. en Kol. Afd. K.W.

2) Mein Leben. I (Hannover, 1868), blz. 270.

3) Ernst von Münch, Erinnerungen, Reisebilder, Phantasiegemalde und Fastenpredigten aus den Jahren 1828 bis 1841. I (Stuttgart, 1841), blz. 266.

Sluiten