Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen komen door een hernieuwd initiatief van het Ministerie, doch ook van deze zijde ziet men de belangstelling verslappen. Dat door het opheffen van het administrateurschap Van Ewijck einde 1831 het Departement verliet was van deze veranderde houding zeker wel de voornaamste oorzaak. Daarbij lieten 's lands financieele omstandigheden het ontwerpen van nieuwe plannen, die onvermijdelijk extra uitgaven met zich moesten brengen, niet toe. Slechts kwam in 1834 plotseling een opdracht van het Ministerie uit de lucht vallen, om een afschrift van den handschriftencatalogus in te zenden en zoo deze niet aanwezig mocht zijn, dan zonder verwijl tot de vervaardiging daartoe over te gaan 1). De toevoeging „zonder verwijl" was oorzaak, dat men zich bepaalde tot een summiere titelopgave, zonder zich zelfs om den ouderdom van de handschriften te bekommeren. Ook dit werk vorderde echter nog zooveel tijd, dat het verzoek in Augustus van het volgend jaar herhaald werd 2). Tot een voltooiing kwam het niet, mede door het spoedig daarop gevolgd sterven van Flament.

Zoo waren de jaren 1830—1835 geen beste jaren meer voor de bibliotheek. Flament was te oud geworden. Alle gebreken en tekortkomingen van zijn bibliothecariaat, die in zijn goeden tijd latent gebleven waren of ruimschoots door 's mans voortreffelijke eigenschappen waren vergoed, werden thans, nu de in den loop der jaren verworven schatten geëxploiteerd moesten worden, steeds hinderlijker merkbaar. De ordening, sinds den aanvang van het Koninkrijk Holland nagestreefd, scheen verder af dan ooit; de achterstand bij de catalogiseering was in den loop der jaren zóó groot geworden, dat slechts zeer straffe organisatorische maatregelen hier uitredding konden brengen. De lijsten, van de incunabelen gemaakt, waren onvolledig en — bewerkt als ze waren door onkundigen — vol fouten. Van de handschriften bestonden slechts opgaven, die van een volkomen gemis aan kennis van zaken deden blijken of, zooals bij den laatsten catalogus, op last van het Ministerie begonnen, het geval was, door het achterwege laten van alle dateering vrijwel onbruikbaar waren. Het budget was in deze enkele jaren van ƒ 4500 tot ƒ 3400 gedaald, wat, behalve aan de bezuinigingsmaatregelen van de regeering, vooral te wijten was aan de onbegrijpelijke houding van Flament, die aanmerkelijke sommen van het hem toegestane bedrag ongebruikt liet door sinds 1830 alle door den boekhandel geleverde vervolgwerken te weigeren onder voorgeven van geen

x) Arch. K.B. 26 Nov. 1834.

2) Arch. K.B. 12 Aug. 1835.

Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek. 8

Sluiten