Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortreffelijk te pas zou komen om nog achterstallige rekeningen van boekhandelaars te voldoen. Vandaar, dat men besloot tot de vervaardiging van een catalogus der dubbelen, waaraan van Mei tot October ook buiten de bibliotheekuren van 8—10 's morgens en van 6—8 's avonds gewerkt werd, zoodat Holtrop den igen Maart 1838 niet alleen aan den Minister berichten kon, dat alle doubletten waren uitgezocht, maar bovendien daarbij den catalogus overleggen. Overeenkomstig Holtrop's voorstellen, keurde de Minister goed dezen catalogus te doen drukken en de verkooping te houden in het gebouw der bibliotheek door de beambten zelf. Door de goede bewerking en de oordeelkundige verspreiding van den catalogus*) had de verkooping, die van 22 October tot 1 November gehouden werd, een groot succes, zoodat de opbrengst van ruim ƒ 7500 de raming ver overtrof. Na aftrek van de onkosten werd het overschot voornamelijk besteed aan de afbetaling van den achterstand bij een aantal boekhandelaars en boekbinders. Voor Holtrop zelf had het gunstige resultaat van zijn werk zijn benoeming tot Bibliothecaris ten gevolge, zij het dan, dat zijn salaris nog geen wijziging onderging 2).

Zoo was Holtrop's lot nu definitief verbonden met dat der Koninklijke Bibliotheek, waarvan hij dertig jaar lang de leiding hebben zou. Na het ancien régime van Flament deed met hem de nieuwe tijd haar intrede in de bibliotheek. Evenals zijn voorganger met een warme liefde voor het boek bezield, werd Holtrop echter veel minder door antiquarische dan wel door echt wetenschappelijke belangstelling gedreven. Het verzamelen van incunabelen, met name de Hollandsche, door Flament nog als een liefhebberij beschouwd van zeer betrekkelijk nut, veranderde bij Holtrop geheel van karakter, doordat hij hier het materiaal vond voor een systematische bestudeering der oude drukken en op deze wijze tot een der grondleggers der huidige incunabelkunde werd. Was voor Flament het handschriftenbezit der Koninklijke Bibliotheek eigenlijk steeds een vrij onbekende en ook weinig gewaardeerde collectie geweest, Holtrop neemt de wetenschappelijke beschrijving er van ter hand en verzuimt geen gelegenheid om, als het pas geeft, de aandacht van geleerden op bepaalde handschriften te vestigen.

In scherpe tegenstelling ook met Flament's isolement stond de

Catalogus librorum aui in Bibliotheca Regia Hagana partim in duplo, partim in triplo inveniuntur .... Hagae Comitum, 1838.

2) Koninkl. besluit van 12 Dec. 1838, Nr. 90.

Sluiten