Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebeuren, dat zoowel in 1838 als in 1839 de Koning een hem geschonken werk weliswaar in de Koninklijke Bibliotheek plaatste, maar dat de schenker door hem vereerd werd met een ring met briljanten ter waarde van ƒ 300, welke kosten uit het jaarlijksch budget der bibliotheek moesten bestreden worden.

De geringe sommen, waarover Holtrop te beschikken had, leidden zelfs in het begin van zijn ambtsperiode tot onaangename gevolgen. Den 25en Maart 1842 nl. richtte Holtrop zich tot den Minister met een brief, waarin hij hem moest mededeelen, dat er over de jaren 1839, 1840 en 1841 nog tekorten waren van respectievelijk ƒ 2671,56, ƒ 1999,14 en ƒ 2575,85, zoodat de Koninklijke Bibliotheek in het geheel een schuld had van ongeveer ƒ 8000. Holtrop schreef dezen toestand toe aan de vermindering van inkomsten, die van ƒ 4500 in 1825 waren gedaald op ƒ 3230 in 1842, terwijl daarentegen de inteekening op zeer dure werken — soms op hoog bevel — het budget veel te veel bezwaarde 1). Als reden, dat hij niet eerder op dezen achterstand gewezen had, voerde Holtrop aan, dat „het vooruitzigt op het fonds, éénmaal voor de bibliotheek bestemd, en op de aanwending der renten van hetzelve, ten nutte der Boekerij, en tot verbetering harer finantiën" hem dat steeds had doen uitstellen. Dat deze mededeeling ten Departemente niet vriendelijk ontvangen werd, laat zich denken. Voor Holtrop had de kwestie nog het onaangename gevolg, dat Minister Schimmelpenninck in September 1842 weliswaar een extra crediet toestond ter afbetaling van de schuld, doch tevens de door Westreenen voorgestelde salarisverhooging voor den Bibliothecaris voorloopig uitstelde. Het zou nog vrij lang duren, voordat Holtrop hetzelfde salaris als zijn voorganger kreeg, daar een desbetreffend voorstel van den Minister in 1844 door den Koning met het oog op de tijdsomstandigheden werd afgewezen. Eerst in September 1847 werd onder Van Randwijck het salaris van Holtrop van ƒ 1400 op ƒ 1800 gebracht.

Zoo gaven de financiën en de aankoop in het begin, maar evengoed in de latere jaren van Holtrop's bibliothecariaat vele zorgen. Al waren de toegestane gelden in de latere periode wat ruimer, de eischen, die aan de bibliotheek gesteld werden, stegen ook, terwijl men anderzijds achteruitgang in de aanwinsten moest constateeren

J) Zoo kostte Alexander von Humboldt's „Voyage aux régions équinoxiales du Nouveau Continent fait en 1799—1804" niet minder dan ƒ 7000, Duhamel du Monceau „Traité des arbres fruitiers" ruim ƒ1500, Martius „Flora Brasiliensis" ruim ƒ 1750.

Sluiten