Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin, dat hier zeer bepaald de invloed kan worden aangewezen, die de bibliotheek op de ontwikkeling van een stuk wetenschap heeft gehad. Als zoodanig is deze episode belangrijk genoeg, om er hier wat uitvoeriger bij stil te staan.

Holtrop had steeds veel belangstelling voor de studie van het Middelnederlandsch gehad. Hij had reeds onder Flament's bewind Hoffmann von Fallersleben bij zijn nasporingen geholpen en later voor hem o.a. van den in de Koninklijke Bibliotheek aanwezigen gedrukten tekst van Karei en de Elegast een nauwkeurig afschrift gemaaktx), dat Hoffmann met den Berlijnschen tekst ten grondslag kon leggen aan zijn uitgave. Mede naar aanleiding van de zeer gunstige beoordeeling van Hoffmann's werk, die Holtrop aan den Minister deed toekomen, werd aan den Duitschen geleerde bij Koninklijk besluit van 8 Augustus 1836 een gouden medaille toegekend. En als Hoffmann in 1855 andermaal in Den Haag is, geniet hij nog weer eenige weken gastvrijheid bij de familie Holtrop in de Koninklijke Bibliotheek 2).

Belangrijker intusschen voor onze wetenschap is hetgeen Holtrop voor Jonckbloet gedaan heeft. In 1837 was door de studenten D. W. Canneman, W. J. A. Jonckbloet en A. W. Kroon bij den Minister een request ingediend om voor één maand het handschrift van Maerlant's „Der Naturen Bloeme" en voor zes maanden het handschrift van Jan van Heelu's „Slag van Woeronc" met de daarop gemaakte aanteekeningen van Van Wijn te mogen leenen. Deze studenten waren met Maerlant's handschrift al geruimen tijd bezig geweest in de Koninklijke Bibliotheek, daarbij gesteund en voorgelicht door Holtrop, die hen ook op Van Wijn's aanteekeningen gewezen had. Vandaar dit adres, waarop door den Minister overeenkomstig Holtrop's advies gunstig beschikt werd. In hetzelfde jaar had Holtrop nogmaals een advies uit te brengen over een verzoekschrift en wel van den lateren Rijksarchivaris L. Ph. C. van den Bergh „om door Z.M. aangesteld te worden tot het opsporen en aan het licht brengen van de vele merkwaardige gedenkstukken onzer oude Historie en Letterkunde, zoo binnen als buiten 's lands in handschrift aanwezig"3). Holtrop gaf in zijn brief aan De Koek, die toen Minister

') Aldus Holtrop in een brief aan den Minister van 28 Mei 1836 (Arch. K.B.). Hoffmann zelf zegt in de voorrede, p. VII: „Apographum valde accuratum debeo amicitiae Domini J. T. Bodel Nyenhuis, sub auspiciis clarissimi viri Holtrop ibidem Bibliothecarii confectum".

2) Mein Leben VI (1868), S. 104—109.

3) Zie H. de Buck, De studie van het middelnederlandsch [enz.]. 's-Grav., 1930, blz. 169—176.

Sluiten