Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was, te kennen, dat hij het uitgeven van de in de bibliotheken aanwezige Middelnederlandsche handschriften van zeer groot belang achtte, maar dat dit doel op eenvoudiger en minder kostbare wijze bereikt zou kunnen worden, dan het voorstel-Van den Bergh beoogde 1). Deswege om nadere explicatie gevraagd, doet Holtrop den 3ien Maart 1838 aan den Minister een zeer uitvoerig rapport toekomen. Hij somt daarin het weinige op, dat tot op dat tijdstip door de Tweede Klasse van het Koninklijk Instituut en de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde was gedaan en wijst als oorzaak van onze achterlijkheid op dit gebied de blijkbaar al te groote voorzichtigheid van onze geleerden aan, die critische uitgaven met commentaren wenschten, terwijl daartoe de kennis van het Middelnederlandsch nog onvoldoende was. Hij betoogt, dat allereerst een overzicht van de in binnenen buitenland aanwezige handschriften der verschillende teksten noodig was, waartoe hij al sinds 1836 met Hoffmann had samengewerkt en dat men daarna kon overgaan tot het uitgeven in diplomatischen afdruk, hetgeen door jonge geleerden op kosten der regeering zou kunnen geschieden. Dit rapport, waarvan het meer beschouwende gedeelte door Holtrop in een bespreking van Hoffmann's Horae Belgicae en Mone's Uebersicht in het Driemaandelijksch Tijdschrift van 1838 vrijwel letterlijk werd overgenomen 2), had een belangrijke uitwerking.

Den 9™ Mei 1838 schreef De Koek aan Holtrop met belangstelling van zijn rapport kennis genomen te hebben, maar in verband met 's lands financieele omstandigheden gaarne te willen weten, wat de jaarlijksche kosten van Holtrop's voorstel zouden zijn. En denzelfden dag werd hem gevraagd, hoeveel de uitgave van Van Wijn's aanteekeningen op Heelu's Slag van Woeronc zou kosten, daar Holtrop kort te voren op het daartoe strekkend request van Jonckbloet en Kroon gunstig geadviseerd had. Het laatste bedrag schatte Holtrop op r 800, terwijl hij ten aanzien van het plan tot het uitgeven der middelnederlandsche teksten voorstelde een proef te nemen met Jan de Clerc's Dietsche Doctrinale, waarvan hij de kosten begrootte op ƒ 360. Hij zou in dit geval de uitgave zelf op zich willen nemen.

Dienovereenkomstig werd door de regeering besloten, zoo dat Holtrop bij Koninklijk besluit van 27 Juli 1838 opdracht kreeg voor het bezorgen dezer uitgave. Dezelfde benarde économische toestand, die de regeering aan deze proefneming de voorkeur deed geven boven

x) Arch. K.B. Brief van 2 Nov. 1837.

2) Driem. Tijdschrift 1838, blz. 666 vlg. Vgl. De Buck, a.w., blz. 157—160.

Sluiten