Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een jaarlijksche beschikbaarstelling van een bedrag was ook oorzaak, dat het request van Kroon en Jonckbloet niet ingewilligd werd. Doordat echter eenigen tijd later de bekende drukker en uitgever A. D. Schinkel zich bereid verklaarde de uitgave van Van Wijn's aanteekeningen geheel voor zijn rekening te nemen, konden deze toch in 1840 het licht zien. Jonckbloet bood daarvan bij een audiëntie een exemplaar aan den Koning aan, wat ten gevolge had, dat Minister De Koek zich enkele dagen later tot Holtrop wendde om de noodige inlichtingen te verkrijgen, die hij den Koning naar aanleiding van Jonckbloet's geschenk moest verstrekken. Andermaal wees Holtrop in zijn uitvoerig antwoord op het belang van den apparatus van Van Wijn, terwijl hij in overweging gaf uitgevers en drukkers te beloonen door hen de uitgave der „Dietsche Doctrinale" toe te vertrouwen, waarmede hij weliswaar reeds eeneindweegs gevorderd was, doch die hij gaarne aan meer bevoegden als Jonckbloet en de zijnen zou afstaan. „Terwijl ik mijzelve daardoor ontsla van die uitgave," zoo verklaart hij in dezen merkwaardigen brief, „handel ik in het belang der Bibliotheek ; mijne eerste pligt toch is te verzamelen en te bewaren en het bewaarde behoorlijk te rangschikken en te catalogiseeren; eene tweede pligt is het bewaarde zoo veel mogelijk nuttig te doen zijn. Ik trachtte dit laatste te doen door het Doctrinale uit te geven, omdat het mij, ter bereiking van een hooger doel (eene grammatica en een woordenboek onzer taal) noodzakelijk voorkwam en omdat niemand anders het deed. Zoodra ik echter gelegenheid vind om die uitgave aan bekwameren over te doen, sta ik hun gaarne die eer af en bestede al mijn tijd aan die werkzaamheden, waartoe ik in de eerste plaats ben geroepen" 1).

Aan dit advies had Jonckbloet het te danken, dat hij den ioen October 1840 een brief van den Minister ontving, waarbij hem werd medegedeeld, dat het Z. M. aangenaam zou zijn, indien hij medewerkte tot de uitgave van nog niet in het licht verschenen handschriften. Het slot, waarin Jonckbloet in overweging gegeven werd, zich te vervoegen bij den Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek „ten einde dien heer behulpzaam te zijn in de bezorging der aan denzelven opgedragen uitgave van het handschrift getiteld Dietsche Doctrinael van J. de Clerc" gaf eerst nog wat strubbeling, omdat Jonckbloet — niet zonder recht — uitsluitend zijn naam op het titelblad wilde gedrukt zien. Holtrop zal deze kwestie ongetwijfeld naar Jonckbloet's

1) 14 Juli 1840.

Sluiten