Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed, dat, zoo ooit, het thans de geschikte tijd was om op verdere verhooging aan te dringen, die trouwens ook zeer noodzakelijk was. Vandaar een voorstel in 1875 om voor 1876 minstens ƒ 10.000 te reserveeren. Dat de Minister ten slotte deze post op de begrooting van 1876 tot ƒ 12.500 verhoogde, zal zeker Campbell's verwachtingen overtroffen hebben, al dient daarbij rekening gehouden te worden met het feit, dat de aankoop van de schaakbibliotheek van Van der Linde voor ƒ 3000 ook uit dit bedrag bekostigd moest worden. En nog hield het hiermede niet op, want zonder dat Campbell er op aangedrongen had, werd voor 1878 het bedrag andermaal verhoogd tot niet minder dan ƒ 20.000, welke som in den vervolge gehandhaafd bleef1).

Het is duidelijk, dat een dergelijke enorme vooruitgang in een luttel aantal jaren niet aan Campbell's invloed kan toegeschreven worden, terwijl de uit de Tweede Kamer uitgeoefende aandrang aanvankelijk misschien wel, maar van de latere verhoogingen zeker niet de oorzaak is geweest. Geen twijfel of zoowel voor de uitbreiding van het arbeidsgebied als voor de verhooging van het budget der Koninklijke Bibliotheek is de oprichting van de Afdeeling Kunsten en Wetenschappen aan het Departement van Binnenlandsche Zaken en de aanstelling van Victor de Stuers als hoofd van deze afdeeling op 22 Juni 1875 van doorslaand gewicht geweest. Sinds het optreden van De Stuers ging de begrooting van Kunsten en Wetenschappen met sprongen de hoogte in en ook de Koninklijke Bibliotheek kreeg daarvan haar deel.

Eenmaal werd haar bovendien nog een buitengewoon crediet verleend van ƒ8000, toen in 1877 zich de mogelijkheid voordeed de bibliotheek van den Leidschen oud-hoogleeraar Mr. J. de Wal te koopen. Het was een collectie, die uit 16.000 a 17.000 boekdeelen bestond en die vooral op het gebied van de rechtswetenschap en der geleerdengeschiedenis een groote volledigheid had bereikt; „eene van de laatste bijzondere boekerijen in Nederland", gelijk Campbell haar noemde in zijn brief van 18 Augustus 1877, toen Heemskerk hem eenige dagen te voren bericht had, dat de aankoop door het Rijk was geschied. Als de meest waardevolle onderdeelen van deze verzameling haalt Campbell in zijn brief aan de afdeelingen strafrecht en koophandelsrecht, de zeer volledige tijdschriftenreeksen op het gebied van recht en staatswetenschap, alsmede de biografieën

1) Daarvan werd voor aankoop en binden ongeveer ƒ 12.500 besteed.

Sluiten