Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Utrechtschen archivaris Mr. S. Muller Fz. verworven : in 1888 enkele handschriften uit de nalatenschap van den verzamelaar Mr. J. A. Grothe, in 1889 een gedeelte van de Hollandsche handschriften, die voor het Rijk waren gekocht uit de bibliotheek van Sir Thomas Phillips te Cheltenham L).

Dat de vele omvangrijke aanwinsten en de zeer veel grootere aankoop 2) een uitbreiding van het gebouw der Koninklijke Bibliotheek noodig zouden maken, was te voorzien. Reeds den 22en Januari 1874 zette Campbell in een uitvoerigen brief uiteen, dat het noodig werd ingrijpende maatregelen te nemen. Op de zolders waren boekenkasten geplaatst, evenals in het midden van de kamers op de tweede verdieping. Nu dit alles ongeveer vol was, kon men nog slechts in enkele kamers van de benedenverdieping kasten plaatsen, daar de eerste étage door leeszaal, Koningskamer en Penningkabinet in beslag genomen werd. Het plaatsen van die kasten zou echter slechts voor een betrekkelijk korten tijd uitredding bieden, zoodat de bouw van een „galerij" in den tuin meer aan te bevelen was. De meest voor de hand liggende en meest afdoende maatregel echter zou zijn de aankoop van het afzonderlijke huis, dat met de Koninklijke Bibliotheek achter één gevel gebouwd was, en dat met zeer geringe kosten daarmede te vereenigen zou zijn.

Toen Campbell dezen brief schreef, was het budget der Koninklijke Bibliotheek nog niet verhoogd. Had hij toen kunnen voorzien, hoe het in enkele jaren vervierdubbelen zou, hij had ongetwijfeld het vervaardigen van enkele boekenkasten niet als een maatregel aanbevolen. Die kasten moesten er tóch komen, maar meer dan eenige verlichting gaven ze niet. Voor het plaatsen van een gebouw in den tuin was meer te zeggen, vooral nu het houten gebouwtje, dat in 1845 daar als kerkgebouw voor de Engelsche gemeente was opgericht, door het stichten van de kerk in de Van den Boschstraat sinds een jaar niet meer in gebruik was en afgebroken zou worden. De regee-

1) Een groote schenking belangrijke documenten nl. het archief van Anne Willem Carel baron van Nagell, door zijn kleinzoon Mr. J. E. H. baron van Nagell van Ampsen in 1884 aan de Koninklijke Bibliotheek afgestaan, werd door het ingrijpen van den Minister in zooverre gewijzigd, dat de collectie geplaatst werd in het Algemeen Rijksarchief.

2) Een derde bron, die onder Holtrop vrijwel was verdroogd, nl. de zendingen ingevolge de wet van 25 Januari 1817, werd weer van meer belang, sinds in 1882 de wet van 28 Juni 1881 tot regeling van het auteursrecht in werking trad. Volgens art. 25 van die wet moesten twee exemplaren van de te beschermen werken ingezonden worden bij het Departement van Justitie, dat daarvan één exemplaar in depót gaf bij de Koninklijke Bibliotheek.

Sluiten