Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

catalogiseeren der boekerij onder Uw beheer diensvolgens wordt ter hand genomen en voortgezet. Omtrent den voortgang van dat werk verzoek ik U mij, te rekenen van i Januari e.k., elke zes maanden verslag te geven."

Doch dit was niet naar den zin van Campbell. Hij wilde nog een ambtenaar, onder wien Kautzmann dan zou kunnen werken, gelijk hij in zijn brieven van 22 Februari en 30 April 1880 had betoogd. De brief, waarin hij daarop wijst, viel echter bij den Minister niet in goede aarde. Campbell had, zoo constateerde Six den 9en Februari 1882, nu niet minder dan vijf ambtenaren en moest het daarmede doen. De bewerking van den catalogus moest derhalve zonder verder uitstel met behulp van de beschikbare krachten ter hand genomen worden. Dat weinige dagen later Six als Minister opgevolgd werd door Pynacker Hordijk gaf Campbell blijkbaar nog een flauwe hoop, een wijziging in deze beslissing te kunnen bewerken. In een brief van 20 Februari ten minste, waarin hij uiteenzet, hoezeer de verschillende ambtenaren reeds in beslag genomen waren, deelt hij mede, het groote werk met behulp van Knuttel en Kautzmann te zullen aanvatten, behoudens 's Ministers tegenbevel. Het tegenbevel bleef echter uit, zoodat inderdaad met de bestaande krachten begonnen werd.

Over den voortgang van het werk kunnen wij kort zijn. Hij is te volgen in Campbell's halfjaarlijksche verslagen en wordt geregeld begeleid door vragen in het Voorloopig Verslag van de Tweede Kamer over de Staatsbegrooting en voorstellen van Campbell om nog een ambtenaar aan te stellen. De hoop, in 1882 door een aanvankelijke toezegging van den Minister gewekt, werd weer verijdeld door bezuinigingsmaatregelen, die den post van de Ontwerp-begrooting deden schrappen. Het werk vorderde natuurlijk vrij langzaam, mede omdat Knuttel de helft van zijn tijd aan de bewerking van den pamfletten catalogus besteedde, waarvan het eerste deel in 1887 gereed kwam. Uit een overzicht, dat Campbell eind 1888 over den stand der werkzaamheden gaf, blijkt, dat toen de afdeelingen polygrafie, godsdienstwetenschap en kerkgeschiedenis zoowel alphabetisch als systematisch gecatalogiseerd waren, terwijl de systematische catalogus van de afdeelingen wijsbegeerte, aardrijkskunde, algemeene geschiedenis en oude geschiedenis gereed en die van de geschiedenis van Europa, de natuur- en scheikunde, de natuurlijke geschiedenis, de geneeskunde, de wiskundige wetenschappen, de krijgskunde en de handwerken en bedrijven in bewerking was.

Sluiten