Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de resultaten niet beter waren, kan moeilijk Campbell als grief worden aangerekend; ja, men moet zelfs, wanneer men ziet, met hoeveel belemmerende omstandigheden hij te kampen had, waardeering hebben voor hetgeen verricht werd. Het verhoogde budget immers was oorzaak, dat het aantal nieuwe aanwinsten zeer veel talrijker was dan vroeger, welk feit op zijn beurt weer ten gevolge had, dat het gebruik van de bibliotheek in de laatste tien jaren van Campbell's directoraat sterk steeg. Vandaar, dat Wijnmalen en Kraeutler, die met den dienst van leeszaal en bureau belast waren en tegelijkertijd ook de nieuwe aanwinsten hadden in te schrijven en te catalogiseeren, voor dit laatste werk dikwijls nog den bijstand behoefden van den amanuensis Kautzmann. Zoowel op Kautzmann als Knuttel moest verder een beroep worden gedaan, wanneer geheele collecties als De Wal, Groen van Prinsterer, Robidé van der Aa te verwerken waren. Wanneer men dan nog bedenkt, dat Knuttel de helft van zijn tijd gaf aan de catalogiseering der pamfletten en dat gebeurtenissen als de verplaatsing van de leeszaal ook veel extra werk meebrachten, dan is het wel duidelijk, dat de tijd voor den arbeid aan den algemeenen catalogus niet ruim toegemeten was.

Daarbij komt, dat Campbell's aanvankelijke berekening om den ambtenaar, belast met de catalogiseering der handschriften na voltooiing van dezen catalogus voor andere werkzaamheden te gebruiken, geheel anders uitkwam. In 1880 immers, drie jaar na zijn aanstelling, stierf Bolhuis van Zeeburgh en toen Campbell ongelukkigerwijze niet dadelijk een goeden plaatsvervanger voor hem had, stelde het Departement den daar werkzamen hoofdcommies J. Tideman ter beschikking. De bedoeling daarbij was niet zoozeer om de Koninklijke Bibliotheek te helpen als wel om een ongeschikten ambtenaar van het Departement te verwijderen. In 1882 werd Tideman definitief aan de Koninklijke Bibliotheek benoemd, die daarmede een ruim 60-jarigen ambtenaar kreeg, van wien ze niet veel plezier beleven zou. Tideman, die zich vooral door zijn werkzaamheid op het gebied van de studie van het Middelnederlandsch destijds bekendheid verworven had, was ongetwijfeld iemand van zekere bekwaamheid, maar daar stonden eenige eigenschappen tegenover, die tot zijn verwijdering van het Departement hadden geleid en hem voor de Koninklijke Bibliotheek tot een lastige en vrij nuttelooze „kracht" maakten ').

J) Over Tideman zie het artikel in Nieuw Ned. Biogr. Woordenboek IX (i933)» kol. 1126—1128.

Sluiten