Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij zijn veertigjarig jubileum als ambtenaar aan de Koninklijke Bibliotheek, in 1884, ontving hij daarvan uit binnen- en buitenland de ondubbelzinnige blijken. Uiterlijke eer trouwens was door binnenen buitenlandsche ridderorden, een eeredoctoraat van de Leidsche Universiteit, het lidmaatschap van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en vele andere genootschappen in ruime mate zijn deel.

Den stagen, dagelijkschen arbeid ten bate van de wetenschap heeft Campbell volgehouden tot zijn dood. Hij heeft gewerkt zoolang het dag was en behield tot op hoogen leeftijd daartoe de kracht. Als hij in 1889 in aansluiting aan de Paaschdagen drie dagen verlof vraagt, dan schrijft hij vol trots later op de minuut van zijn briefje in het archief : „In die drie dagen ben ik (69-jarige) Donderdag te een uur naar Brussel gegaan, 's avonds te half zeven naar Bazel ; op den 2en dag (Vrijdag) 's morgens 7 uur naar Innspruck en daar 's avonds te 7 uur aangekomen, 's Zaterdags (3en dag) van Innspruck naar München, 4™ dag (ien Paaschdag) van München naar Bingen, 5en dag (2en Paaschdag) van Bingen te huis." In den winter van dat jaar kwam echter de ziekte, die een snellen achteruitgang veroorzaakte. En nog geen jaar later, nadat hij dit schreef, den 2en April 1890, stierf Campbell te midden van de boeken, in welker dienst hij meer dan vijftig jaren van zijn leven had besteed L).

*) Zie over Campbell de levensberichten van W. P. C. Knuttel in de Levensberichten van de Maatschappij d. Ned. Lett. 1889—'90, blz. 256—303; van W. de Vreese in Jaarboek Koninkl. Vlaamsche Acad., 1902, blz. 176— 198; en van J. G. R. Acquoy in het Jaarboek der Kon. Akad. v. Wet. 1890, blz. 27—53.

Sluiten