Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou dragen van de personen, die tot de leiding der bibliotheek geroepen werden. Het is dikwijls in deze jaren een zoeken en tasten geweest, waarbij — het dient erkend te worden — meermalen wegen ingeslagen zijn, die beter onbetreden gebleven waren. Doch het is het lot van alle pionierswerk, dat eerst ten koste van harde ervaringen en veel tegenslag het land gevonden en gewonnen wordt, dat wacht op ontginning en cultuur.

De eerste jaren na Campbell's sterven brachten geen veranderingen van belang. Ten derden male benoemde men na Holtrop en Campbell den onderbibliothecaris tot Bibliothecaris: bij Koninklijk besluit van 22 Mei 1890 werd Wijnmalen tot Bibliothecaris benoemd, met Kraeutler en Knuttel als onderbibliothecarissen '). En ook thans kon op grond van deze benoeming wel aangenomen worden, dat het in de Koninklijke Bibliotheek bij het oude blijven zou. Wijnmalen, die reeds meer dan 21 jaren aan de Bibliotheek verbonden geweest was, was zeker geen figuur, van wien men ingrijpende hervormngen verwachten kon. Bovendien heeft hij zijn eerste lustrum als Bibliothecaris niet mogen beleven, zoodat zijn bewindsperiode van ruim 4! jaar, nog herhaaldelijk door ziekte onderbroken, zeker te kort was om een reorganisatie van eenig belang door te voeren. Eigenlijk vallen er, gezien deze omstandigheden, uit dit tijdperk nog vrij veel gebeurtenissen te vermelden, die voor de Koninklijke Bibliotheek belang hebben gehad.

Wijnmalen had enkele weken na Campbell's sterven, dus nog vóórdat hij tot diens opvolger benoemd was, een tweeledig voorstel gedaan, nl. om de woonvertrekken van den Bibliothecaris voor de bibliotheek in gebruik te nemen en voor hem vertrekken in den rechtervleugel in te richten en in de tweede plaats om naast het uitleenbureau een zaal tot kunstzaal te bestemmen. Voor een ontruiming van de woning van den Bibliothecaris viel zeer veel te zeggen, maar daar de door Wijnmalen aangewezen vertrekken als woonvertrekken niet zeer geschikt waren, besloot men met ingang van 1891 het inwonen van den Bibliothecaris in het bibliotheekgebouw geheel te doen eindigen en hem daarvoor schadeloos te stellen door zijn salaris op ƒ 4000 te brengen. De bibliotheek kreeg daardoor de beschikking over verschillende nieuwe vertrekken, die een welkome ruimtewinst brachten. Ook het voorstel tot inrichting van een kunstzaal viel in goede aarde, wat trouwens te verwachten was, omdat in 1885 de

') Knuttel werd door Wijnmalen aangesteld tot Custos van het Museum Meerm anno-Westreenianum.

Sluiten