Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister in zijn brief omtrent de leeszaalplannen ook reeds hierop had gezinspeeld. De inrichting van die zaal werd in de volgende jaren ter hand genomen en in 1894 kon men deze voor de bezoekers toegankelijk stellen. Ongetwijfeld was dit een belangrijke vooruitgang, omdat de leeszaal bij tijden al weer te weinig ruimte bood, waardoor juist het raadplegen van plaatwerken moeilijkheden gaf.

Voor dergelijke practische verbeteringen schijnt Wijnmalen wel oog gehad te hebben 1). Zoo liet hij in het uitleenbureau twee ladekasten aanbrengen voor den alphabetischen en systematischen catalogus. Zoo was het ook op zijn initiatief, dat voor een permanente tentoonstelling van de fraaiste handschriften de toonkasten werden vervaardigd en geplaatst, die tot op den huidigen dag voor dit doel in gebruik gebleven zijn 2). Mede ter bestrijding van de aan deze maatregelen verbonden onkosten werd het budget in Wijnmalen's laatste jaren verhoogd tot ƒ 25.000 3).

Wijnmalen was gedurende een groot gedeelte van 1894 ziek geweest en stierf den i4en Januari 1895. Met ingang van 1 April van dat jaar benoemde Minister Van Houten tot zijn opvolger Dr.W.G.C. Bijvanck, een homo novus op bibliotheekgebied. Voor de bibliotheekambtenaren, die meenden eenige gerechtvaardigde hoop op een opvolging te kunnen koesteren, moge deze benoeming een teleurstelling geweest zijn, het kon moeilijk ontkend worden, dat voor de Koninklijke Bibliotheek nieuw bloed in hooge mate gewenscht was en het is dan ook ongetwijfeld deze overweging geweest, die den Minister tot een dergelijke keus bewogen zal hebben. Dat men daarvoor zelfs naar iemand, die vreemd was aan het bibliotheekvak, gezocht heeft, zal wel toegeschreven moeten worden aan het verlangen om het roer bij de Koninklijke Bibliotheek om te gooien en den koers te doen bepalen door een figuur met breede eruditie, met oog voor de taak, die de Koninklijke Bibliotheek als cultuurcentrum te vervullen hebben zou.

Bijvanck was, toen hij benoemd werd, 46 jaar, in de kracht van zijn leven dus en op een punt in zijn geestelijke carrière, dat men zeer

*) Al heeft ongetwijfeld De Stuers in veel de hand gehad. Onder Wijnmalen als Hoofdbestuurder is ook het Museum Meermanno-Westreenianum gerestaureerd. Na ongeveer een jaar gesloten te zijn geweest werd het in aanwezigheid van de Koningin en de Koningin-Regentes in April 1894 heropend.

2) In verband hiermede zij vermeld, dat Wijnmalen in 1890 bij Baer voor 8000 Mark het tweede deel kocht van het Horarium dat aan Phil. de Béthune had behoord en waarvan de Koninklijke Bibliotheek reeds het eerste deel bezat. Vgl. Cat. codicum mss. Bibl. Regiae, I. Nr. 207 en hiervóór, blz. 91.

3) Waarvan ƒ 16.850 begroot werden voor aankoop, drukwerk, binden, enz.

Sluiten