Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stegen tot 12.194 en het aantal uitgeleende boeken tot 13.721; in 1902 waren deze getallen respectievelijk 26.145 en 22.083 x). Vandaar, dat in 1900 Bijvanck al aandrong op het stichten van een nieuw gebouw met leeszaal in den tuin —het oude plan van Campbell dus, nu dubbel noodzakelijk geworden, omdat de bestaande magazijnruimte nog slechts voor de aanwinsten van enkele jaren plaats bood. Thans besloot men tot de uitvoering van dit plan over te gaan: op de Staats begrooting van 1903 werd een eerste termijn uitgetrokken van een som van ƒ 300.000 tot uitbreiding der Koninklijke Bibliotheek. Men had daarbij gerekend op een gebouw met eenerzijds een leeszaal, waar 84 personen een plaats zouden vinden en die een naslagbibliotheek van 10.000 deel en zou bevatten, anderzijds een magazijn voor 300.000 deelen, dat, naar men schatte, dan voor 75 jaren voldoende zou zijn 2).

Den ien September 1908 kon de nieuwe leeszaal voor het publiek worden opengesteld; daarmede kwam tevens de toegang voor de bezoekers der Koninklijke Bibliotheek door de monumentale deur aan het Lange Voorhout te vervallen. Voortaan was deze ingang uitsluitend bestemd voor bezoekers van de handschriftenkamer, de directie en het Penningkabinet, terwijl de overige bezoekers in de Kazernestraat het gebouw moesten binnengaan. Daar was, naast de leeszaal, ook de cataloguskamer met het bureau van uitleening. In de leeszaal gaven een paar afzonderlijke tafels gelegenheid tot het raadplegen van kunst- en plaatwerken, die in verband hiermede in de aan deze zaal grenzende magazijnruimte geplaatst waren. Behalve de naslagboekerij vond het publiek in de zaal nog de loopende jaargangen van ruim 450 tijdschriften 3).

Door de verplaatsing van leeszaal en uitleenbureau naar het nieuwe gebouw kwamen er in het hoofdgebouw heel wat vertrekken vrij: de groote en kleine leeszaal, de kunstzaal en het vertrek, dat als uitleenbureau dienst deed. De plannen, die Bijvanck hiermede had, zijn zeer typeerend voor zijn opvatting van de Koninklijke Bibliotheek als cultuurcentrum en van de missie, die zij als zoodanig had. Hij wenschte hier nl. een soort tentoonstelling in te richten —zelf spreekt hij bij voorkeur van „Museum" — van de grootste schatten der

:) Men dient er echter wel rekening mede te houden, dat de statistische gegevens uit deze en volgende jaren dikwijls op een te willekeurige wijze zijn verkregen, om een eenigermate betrouwbaar materiaal te leveren.

2) Nu, na 30 jaar, is het magazijn vrijwel geheel gevuld !

3) Sindsdien is dat aantal met meer dan 200 gestegen.

Sluiten