Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en handschriftencatalogus uitgezonderd, werden in duplo uitgeknipt voor een alphabetischen en systematischen catalogus op kaarten; ook de titels van de nieuwe aanwinsten, die in de jaarverslagen werden gepubliceerd, nam men in deze catalogi op. Op deze wijze zou dus langzamerhand een modern catalogusmateriaal geschapen worden, dat op het uitleenbureau ter beschikking van het publiek stond en dat de verouderde en onoverzichtelijke geschreven catalogi uit vroeger tijd vervangen moest.

Bijvanck was echter nog verder gegaan met de catalogiseering. De catalogi nl. over de Fransche taal- en letterkunde, Goethe en Folklore vermeldden niet alleen boeken, maar ook artikelen uit de in de Koninklijke Bibliotheek aanwezige tijdschriften. Het waren de — veelszins voortreffelijke — catalogi uit den lateren tijd, toen bij hem nog stelliger zich het ideaal had gevormd om de bibliotheek zoo volledig mogelijk te doen inlichten over haar bezit, om haar opgaven over een bepaald onderwerp zoo veel mogelijk het karakter te doen aannemen van documentatie.

Juist deze documentatie immers was het, die Bijvanck sinds jaren als een der doeleinden van de bibliotheek zag. Naar aanleiding van een verzoek in 1907 door het Institut international de Bibliographie te Brussel aan de Nederlandsche regeering gedaan om hier te lande tot een soort samenwerking met het instituut te komen, kreeg Bijvanck opdracht van den Minister om hierover een rapport uit te brengen. Bijvanck voelde er al dadelijk veel voor om de nationale bibliotheek zich bij deze beweging te doen aansluiten. „Moeten nu," zoo vraagt hij, „de bibliotheken kasteelen van wetenschap blijven of zullen ze ook in betrekking dienen te komen tot het dadelijk zich uitende leven van het land met zijn veelvuldige behoeften ? Zal daarbij een nationale bibliotheek als de onze niet de taak hebben van middelaar te wezen tusschen de groote schaar van belangstellenden, die terstond en zoo volledig mogelijk inlichtingen wenschen over een zaak van oogenblikkelijk nut en de ongezamelde stelselmatige kennis, die, in den boekenvoorraad der bibliotheek aanwezig, steeds door de wetenschappelijk studeerenden wordt vermeerderd? Het antwoord is voor mij duidelijk 1)." En in een later rapport stelt hij voor om aan de Koninklijke Bibliotheek op te richten een af deeling van documentatie, zooals er reeds afdeelingen waren voor gedrukte werken en voor handschriften, die tot taak zou hebben het maken en geregeld

*) Arch. K.B. Brief van 14 Aug. 1907.

Sluiten