Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen kunnen jouïsseeren, geduurende den tijd, dat zij zich daadelijk in persoon alhier bevinden; zullende nimmer eenig Boek, tot de Nationale Bibliotheek behoorende, door iemand, wie hij ook zij, buiten deeze residentie gevoerd of medegenomen mogen worden.

Art. 6.

Wanneer zoodanig Werk, na verloop van 14 dagen, in de Bibliotheek niet mogt zijn terug gebragt, zal de Custos op zijne verantwoordelijkheid verplicht zijn, hetzelve van den Gebruiker terug te vraagen, en in geval van verdere nalatigheid daar van aan de Commissie, zonder verwijl, kennis te geven.

Akt. 7.

Ook zal het vrijstaan een Boek, 't welk men reeds eenmaal 14 dagen ter leen gehad heeft, naderhand weder voor denzelfden tijd te vraagen; doch in zoodanig geval zullen eerst twee weeken moeten verloopen, om andere Leden van het gebruik van zoodanig Werk niet te versteken.

Art. 8.

De Custos zal gehouden zijn, bij het terug ontvangen van de Boeken, welken ter leen zijn uitgegeven, te onderzoeken, of het zich in den zelfden staat bevind, als het is afgegeven.

Art. 9.

Indien een Boek door den geenen, die het ter leen genomen heeft, niet mogt kunnen terug gegeven worden, of indien aan hetzelve eenig merkelijk nadeel mogt zijn toegebragt, zal hij gehouden zijn een ander Exemplaar van gelijke waarde, in de Bibliotheek terug te bezorgen, zullende de Custos verplicht zijn, daarvan daadelijk aan de Commissie kennis te geven.

Art. 10.

De Leden van het Vertegenwoordigend Lichaam zullen geene Werken met zich in de Vergadering mogen nemen of ontbieden, dan met een eigenhandig briefje, en verplicht zijn zoodanige Boeken, tegen inwisseling van hetzelve, aan den Custos terug te geven.

Art. 11.

De Handschriften, Charters, geschreven Resolutiën, gebonden of ongebonden Prentwerken, Landkaarten, Medailles of soortgelijke Stukken, welke eens verlooren zijnde, niet, of niet gemakkelijk zouden kunnen worden vergoed, zullen door den Custos aan niemand, hoe ook genaamd, mogen worden afgegeven; de zoodanigen zullen in zijne tegenwoordigheid alleen mogen worden bezigtigd, en daarna door hem weder zorgvuldig worden weg gesloten, blijvende hij ten allen tijde voor dezelve verantwoordelijk.

Art. 12.

Op de Kamers van de Bibliotheek zal niet mogen worden gerookt, of iets verricht, 't geen aan de Boeken eenig nadeel zoude kunnen toebrengen.

Sluiten