Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze drie dames waren de douairière Jhr. van Doesselaer, de moeder van wijlen Clementine en de grootmoeder van Maud, de Weduwe Hendrik Paling, moeder van wijlen Gerarda en grootmoeder van Pim, en de weduwe Dirk Volkers, moeder van wijlen Henriette en grootmoeder van Puck.

Deze drie vrouwen, welke in het gezin Drent respectievelijk Granny, Grootje en Oma genaamd werden, waren 62, 55 en 50 jaar oud, alle drie even levenslustig en gezond, maar daarnevens van zulke uiteenloopende levensrichtingen, dat zij nooit de kans kregen elkaar tegen te spreken en derhalve ook nooit ruzie hadden. Ze stonden zoover van elkaar af, dat ze malkander nooit begrepen. Of dit elkaar niet-begrijpen ook insloot, dat ze elkaar sympathiek vonden, is een andere kwestie, want begrijpen en niet-begrijpen, heeft met sympathiseeren gemeenlijk maar heel weinig te maken.

Bovendien had elk dezer drie dames haar „jour" in dien zin, dat ze ieder hun vasten bezoekdag op Eikenoord hadden en elkaar daar nooit in den weg liepen.

Granny was van de drie wel de meest bezadigde, Grootje de meest geëxalteerde, Oma de meest idealistische.

Granny placht zich te kleeden met de smaakvolle elegance van de vrouw van goeden huize, die de levensrekening nog geenszins afgesloten acht; Grootje vertoonde zich bij voorkeur in een leeren rijbroek, dan had ze een zweepje in de hand, waarmee ze niet het peerd, maar heur hooge laarzen kastijdde, aan die laarzen rinkelden sporen en op haar hoofd stond een heerenhoedje ; Oma placht zich meer te drapeeren dan te kleeden en haar gewaden wekten afwisselend herinneringen aan Anne Besant en Tagore.

„Nog thee, Paps?" vroeg Maud, die als oudste meestal de leiding had aan de maaltijden.

„Graag" en hij reikte zijn kopje toe. „Vandaag Maandag?" en met een blik op het nog onuitgevouwen Ochtendblad naast zijn bord: „Ja, Maandag. Vandaag komt Grootje, kind". Hij had zich tot Pim gewend.

Sluiten