Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou maken of een luchtigen schertstoon zou aanslaan.

En dat sprak ook overigens vanzelf, want Paps derde schoonmoeder was een vrouw, die altijd rond liep met levensvragen, ze leurde er eigenlijk mee, zonder dat ze natuurlijk zelf op een van die vragen een afdoend antwoord wist te geven, maar dat is ook juist het aantrekkelijke en eigendommelijke van levensvragen, dat er nooit een antwoord op te geven is, want dan zouden ze ook ophouden levensvragen te zijn, hetgeen heel jammer zou wezen. In ieder geval was mevrouw Volkers er de draagster van, de stelster en dat gaf aan haar wezen iets Sphynxachtigs.

En nietwaar, staande tegenover de Sphynx, lacht en schertst men niet, men peinst en overweegt, zonder eenige hoop nochtans om het raadsel van haar glimlach ooit op te zullen lossen ; alleen grove, brute naturen maken in haar tegenwoordigheid gerucht of doen op andere wijze onopgevoed.

Paps had geenszins een grove natuur, was uitnemend opgevoed „every inch a gentleman" en hij verstond buitendien voortreffelijk, om niet te zeggen virtuoos, de kunst om zich dadelijk en volledig aan te passen aan de sfeer, welke Mama Volkers ommedroeg.

Zoo leunde hij nu ook dadelijk wat achterover in zijn bureaustoel, vouwde de handen voor zijn maag en zag zijn bezoekster aan met dien half weemoedigen glimlach, waarmee men het domein der diepere levensvragen pleegt binnen te treden.

„Geniet je van den dag, Ferdinand?" vroeg ze.

„Mama, ik geniet van het leven en het leven is immers een aaneenschakeling van dagen, dus geniet ik ook van deze dag."

„Een aaneenschakeling," herhaalde ze peinzend, „wat aaneengeschakeld is wordt verbonden door een ketting en een ketting kan zwaar zijn."

„U denkt blijkbaar even aan Vondel, "sprak hij, „maar er zijn ook dichters, die spreken van ketenen van rozen en die zijn licht."

Sluiten