Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het sjirpen van de krekels in het gazon duidelijk hoorbaar was.

„Zoo iemand als jij , Ferdinand," sprak ze dan; ze zong het bijna.

„O . . . gut. . . juist," zei Paps en hij stond eensklaps op en trad naar het balcon.

„Het is toch eigenüjk zoo vreemd," vervolgde ze. „Jij en ik, onze levenslijnen raken elkaar telkens, wijken dan weer uiteen, maar hoe ver ook, altijd keeren ze weer tot elkaar terug, raken elkaar, loopen evenwijdig ..."

Hij deed alweer een paar voorzichtige schreden in de kamer.

„Volgens de relativiteitstheorie van Einstein bestaan er geen evenwijdige lijnen," sprak hij dan. „Dat waandenkbeeld is niet meer dan een werkhypothese."

Er trok een rimpel in het voorhoofd van het Beatrijsgelaat.

„Het leven is geen meetkunde, Ferdinand."

„Nee, dat geef ik toe," antwoordde hij. „Het is wat anders."

„Ik wilde, dat wij die werkhypothese in ons beider leven wat meer inschakelden," sprak ze. „Er is een duidelijke affiniteit tusschen onze zielen."

„O juist," sprak hij en hij deed weer een stap terug naar het

balcon.

„Waarom negeeren we dat feit eigenlijk?" vroeg ze.

Nu trok Paps als eenig antwoord ook een paar rimpels in zijn voorhoofd, maar dit scheen ze volkomen te verstaan.

„Daarom," sprak ze. „Het is een groote dwaasheid en ook niet goed, om tegen het Karma en tegen de hoogere en duidelijke lotsbestiering in te gaan of die te negeeren. Het is krachtverspilling om te vechten tegen het onvermijdelijke."

„Dat geef ik toe," zei Paps, „dat is een erg ondankbaar werk; het lijkt wat op de beruchte bierkaai."

Over het Beatrijsgelaat trok een soort hemelsche glimlach.

„Ferdinand," sprak ze dan. „Weet je hoe ik heet?"

„Hoe U heet?"

„Ja, mijn voornaam?"

Hij deed nu weer haastig een stap achteruit.

Sluiten