Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We praten nog wel eens samen, he? .. . Nand?" en ze zag hem bij die vraag wel zeer dringend aan.

Hij wrong zich zacht los.

„Ja, ja zeker . . ." sprak hij dan. „Dag Bata . . ."

Toen hij wat peinzend terug trad in de vestibule moest hij ineens denken aan een étalage van een schoenwinkel, maar hij peinsde er niet over, waar die wonderlijke gedachten-associatie eigenlijk vandaan kon komen ; hij liep de trap op naar zijn kamer.

„Heb je nu toch ooit van z'n leven!" mompelde hij daar.

Hij liep ineens door naar het balcon, stak een sigaar op en keek met gefronste wenkbrauwen naar buiten.

Eenige oogenblikken slechts, dan keerde hij terug in'zijn kamer en wat hij met zijn door de „wellevensconst" verworven philosofische gemoedsrust maar zelden deed, hij begon in die kamer te ijsbeeren en wel in een tempo, dat waarlijk het vermoeden zou kunnen wettigen, dat er in die „wellevensconst" nu toch een lek gekomen was.

Het geïllustreerde jaarverslag van de Filmonderneming lag nog op zijn schrijftafel; bij die schrijftafel bleef hij eensklaps staan ; hij nam het verslag op, bladerde er in; dan lachte hij eensklaps.

„Ja, ja. . ." mompelde hij. „Dat zou toch waarachtig afdoend zijn en ook het eenige . . . 's kijken . . ."

Hij zonk neer in den Chesterfield welken hij zijn bezoekers placht aan te bieden, zette een elleboog op de leuning en begon dan na te denken met het hoofd in de hand ; telkens glimlachte er iets om zijn mond en tintelde er een joligheid in zijn oogen.

„Maar tegenover de meisjes . . ." sprak hij dan weer halfluid ; een beetje mistroostig schudde hij het hoofd, stond andermaal op en trad weer op het balcon.

En juist toen hij daar kwam, zag hij Maud het hek binnenstappen.

„Maud, Maud!" riep hij blij en luid.

Ze keek verwonderd op en naar boven, want zulk een uitbundigheid kende ze niet van haar vader.

Sluiten