Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

De douairière van Doesselaer mocht dan een ouderwetsch huis bewonen en door de gekleurde ruitjes van de achterdeur haar fraaien tuin veelal wat erg eenzijdig rood, blauw, geel of paars zien, dat nam niet weg, dat dit huis toch heel wat meer comfort bood dan het meerendeel der moderne villa's, welke binnen hun popperige rotstuintjes en flagstone vloertjes, in hoofdzaak gebouwd schijnen te zijn om de voorbijgangers te bekoren, terwijl de bewoners zelf het er al even benauwd in hebben als een dikke goudvisch in een kleine kom, welke kom dan op een sierlijk tafeltje in een warme serre pleegt geplaatst te worden, waar hij omringd wordt door groene palmpjes in bloempotten.

Mevrouw Palings' kleine stekeligheid had trouwens voor het tegenwoordige heelemaal geen zin, want op dit oogenblik zat Granny in de achterkamer, de tuindeuren stonden wijd open; in den tuin was een weelde van bloeiende rozen en begonia s ; er zongen en sjilpten hooge vogelstemmen, terwijl hommels en bijen er de bastonen zoemden van deze kleine zomersymphonie.

Granny zat in een crapaud bij het hoektafeltje en in twee andere bijgeschoven crapauds zaten Grootje en Oma.

Het was elf uur op dezen Zomerschen voormiddag; noch Granny, noch de twee andere dames hadden iets omhanden, want ze waren op uitnoodiging van Granny hier bijeengekomen „ter conferentie zooals het ietwat plechtig in de twee uitnoodigingsbriefjes van Granny had gestaan.

En vrouwen van de klok, gelijk Grootje en Oma waren, hadden die beide dames elkaar dan ook even voor het slaan van elven op de stoep van Oma's huis getroffen, terwijl ze zooeven gezamenlijk door de meid naar de achterkamer

Sluiten