Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK Vin.

De Arabier in het blauwe two-seatertje, welke Arabier per slot van rekening een dame bleek te zijn, zat in den Empire salon van het Hotel Royal St Georges in een fauteuil voor een tafeltje en op dat tafeltje had de portier op haar bevel, de afleveringen der Liste des Etrangers gebracht, welke de laatste veertien dagen in Interlaken verschenen waren en tezamen een eerbiedwaardigen bundel vormden.

Het waren eindelooze lijsten met namen, namen, namen, gerubriceerd volgens de hotels en pensions, waar die Etrangers in vertoefden en achter de namen stonden ook de woonplaatsen vermeld der gelukkigen, die op deze wijze toch ook eens in de courant kwamen, doch wier „vannen" zoo ze van vreemde smetten vrij uit het land der Bataven stamden, door de Interlakensche zetters in 99 van de 100 gevallen onherkenbaar verminkt plachten te zijn.

Doch de voormelde dame in den Empire salon van het hotel Royal St Georges, liet zich door dit, door haar trouwens ook wel dadelijk geconstateerde euvel, toch niet uit het veld slaan. Ze bedacht bovendien, dat hoe meer letters een naam rijk is, des te grooter de kans ook op een onherkenbare verminking moet zijn. Had ze moeten zoeken naar een meneer Uittenbogaart, een naam met dertien letters, dan zou, als de helft der letters mis was, er zooiets als Ufenbolaars van gemaakt zijn of mogelijk ook Uissen, woonplaats Boogals, maar ze zocht naar den eenvoudigen en korten naam Drent en ze meende, dat ook de baldadigste Interlakensche zetter, dien korten naam toch wel niet zoo zou kunnen verminken, dat hij volslagen onherkenbaar zou geworden zijn.

Sluiten