Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meneer Pardus, die tot het laatste moment met zijn dikken bezegelringden vinger langs de namenreeksen was blijven glijden, staakte dien arbeid dadelijk toen de dame vertrokken was ; hij keek naar het tafeltje naast zich, zag met eenige teleurstelling, dat ze niets had achtergelaten dan het etui van haar lorgnet. Hij stond nochtans op, trad naar het tafeltje toe, opende het etui en las den naam van een Haagsche firma. Dan gleed zijn blik naar den stapel afleveringen der Liste des Etrangers, welke nog nagespoord moesten worden en blijkbaar om dit werk voor de speurende dame te bekorten, trok hij de grootste helft dier afleveringen uit den stapel weg, vouwde die samen en stak ze in zijn binnenzak, waarna hij haastig de naamlijsten der nog overgeschoten exemplaren naliep.

En het duurde niet lang of hij had de zekerheid, dat de naam van dien Wassenaarschen heer Drent niet prijkte onder die der illustere gasten, van wie de resteerende afleveringen gewag maakten.

Zoodra hij die zekerheid had, keerde meneer Pardus weer naar zijn tafeltje terug en wachttte op de dingen die komen zouden.

En die dingen kwamen weldra door de wederverschijning van de Arabischachtige dame, die nu wat vermoeid zei:

„Dan zal ik de arbeid nu maar weer gaan voortzetten."

„Wil ik U soms een beetje meer stelselmatig helpen met zoeken?" bood meneer Pardus gedienstig aan.

Ze aarzelde blijkbaar even, maar antwoordde dan toch:

„Ja, eigenlijk wel heel graag. Maar U speurt zelf ook naar een naam."

„Zeker, maar laten we dan beiden naar die twee namen zoeken, dat gaat in ieder geval toch gauwer, dan wanneer ieder van ons alleen voor zichzelf zoekt. De naam, die ik zoek is Baron van Heeckeren van Renesse uit Amsterdam en U e . . . ?"

„F. Drent, Wassenaar," herhaalde ze.

Sluiten