Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Doesselaer," onderbrak ze zichzelf andermaal. „We zitten zoo druk te babbelen, dat we de materieele eischen van het leven heelemaal vergeten. Heeft U ook kinderen ?"

„Helaas niet meer. Ik had een dochter, maar die is overleden, maar ik heb een allerliefste kleindochter."

„Och, dat is ook aardig en een schoonzoon zeker ?"

„Ja, ja, die heb ik ook. Wat een heerlijke koekjes zijn dat, mevrouw van Haemsteede."

„Vindt U niet ? Och nee, kleinkinderen heb ik niet. Ik heb alleen mijn jongen, maar dat is gelukkig een kerngezonde boy. Een prachtig gespierd lichaam, een jonge Grieksche god! Tja, ik had alleen wel liever gewild, dat hij een vrouw had uitgekozen, die . .. enfin ..." en ze lachte weer wat bitter.

„Die wat sterker reageert op de prikkeüng van de berglucht," begreep mevrouw van Doesselaer.

„Ja, helaas ..." en mevrouw van Haemsteede zuchtte. „Overigens moest mijn jongen er ook hoog noodig eens uit. Misschien had hij er nog wel het meeste behoefte aan van ons drieën. Hij heeft zich bepaald overwerkt."

„Drukke bezigheden ..."

„Och, een bepaalde betrekking heeft hij niet. Daar is hij eigenlijk en dat is nu heusch geen moederlijke verblinding, maar daar is hij heusch te geniaal voor. Dat is heel eigenaardig. Hij heeft bijvoorbeeld ook nooit examens kunnen doen en de menschen die hem examineerden, verklaarden toch altijd unaniem, dat hij iemand was met buitengewone gaven, hyperintellectueel, maar te geniaal-fantastisch om in een bepaald pasklaar gemaakt wetenschappelijk gareel te loopen, begrijpt U?"

„Ja, ja, zeker," sprak Mevrouw van Doesselaer, „zooiets heb ik wel eens meer gehoord, dat is met die soort..."

„Hij is eigenlijk verschrikkelijk knap," verzekerde mevrouw van Haemsteede dan „maar hij weet alleen de dingen, die hem bepaald interesseeren. Hij zegt, dat je op de gewone leercursussen veel te veel nuttelooze ballast in moet nemen, waar je practisch niets aan hebt. Nu de laatste tijd heeft hij zich toe-

Sluiten