Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O ja, zonder eenig voorbehoud, zoo hulpvaardig en zoo bescheiden."

Mevrouw van Haemsteede knikte.

„Och ja ... " zuchtte ze dan, „het is alleen maar zoo jammer, dat... "

Ze voltooide den zin niet, maar keek met saamgeknepen lippen in de richting van de hangmat.

Even later kwam Christiaan terug met eenige couranten in de hand.

„Dat treft nu een beetje ongelukkig," sprak hij. „Het blad, dat die Fransche dame zat te lezen, was toevallig de laatste aflevering van de Liste des Etrangers en daar heeft Bonzo niets van overgelaten. Ik heb hier wel het voorlaatste nummer, maar dat is een week oud."

„Daar kunnen ze in geen geval in staan," sprak mevrouw van Doesselaer, „zooals ik al zei; ze zijn eergisteren hier aangekomen."

„O, maar dat is niets geen bezwaar," sprak Christiaan nu op een zeer geruststellenden toon, terwijl hij meteen ging zitten. „Als U mij de opsporing wilt toevertrouwen, mevrouw van Doesselaer, dan zal ik U daar heel graag mee van dienst zijn I"

„Nu, dat is erg vriendelijk."

„Dan mag ik zeker wel eenige aanteekeningen maken," sprak Christiaan, die een aan teekenboekje en een potlood te voorschijn had gehaald.

„O, zeker. Vraag maar wat je weten wilt."

„De naam van die meneer."

„Drent. Ferdinand Drent."

„Leeftijd en signalement."

„Een en vijftig jaar. Flinke sympathieke verschijning. Donkere gelaatskleur of hij in de tropen is geweest."

„Gekleed ?"

„Dat weet ik niet. Ik denk haast in een Palmbeach pak."

„Ridderorden ?"

„Nee."

Sluiten