Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stak zijn aanteekeningboekje en zijn potlood nu weer bij zich.

„Mevrouw van Doesselaer, ik hoop U heel spoedig te zullen kunnen inlichten in welk hotel uw familie verblijf houdt."

„Nu, daar zul je me een groote dienst mee bewijzen, en ik dank je bij voorbaat voor de te nemen moeite!"

„Servusl" zei Christiaan, die was opgestaan en nu zijn hakken tegen elkaar sloeg.

„Jongen," zei mevrouw van Haemsteede, „zou je nu niet eens aan Lucie gaan voorstellen of ze eindelijk weer eens op haar beenen wil gaan staan. Ze zal heusch ongemak gaan ondervinden van dat eeuwige gehang, hoor!"

„Och, moeder," antwoordde Christiaan. „Laat haar nog maar een beetje bengelen tot het diner, 't Is zoo rustig voor mij ook. Mag ik haar een kopje thee en een koekje brengen ?"

„Ga je gang," antwoordde zijn moeder wat heesch en toen hij met die versnaperingen in de richting van de hangmat wegstapte, zei ze wat bevend : „Het was beter, dat hij de touwen onverwachts doorsneed. Als ze dan op haar hoofd viel, zou ze misschien ineens een betere kijk op het leven krijgen! Aangetrouwde kinderen, lieve mevrouw. .." en ze schudde zuchtend het hoofd. „Enfin, U heeft het met uw schoonzoon blijkbaar al heel ideaal getroffen ..."

In mevrouw van Doesselaers luchtpijp geraakte juist een kruimel van een zandkoekje, waardoor ze in een hoest schoot en aldus verhinderd werd om met den lof op haar schoonzoon in te stemmen.

Sluiten