Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

Uit de lift in de hal van het hotel Royal St Georges stapte mevrouw Volkers.

Ze had zich thans blijkbaar gewikkeld in een looper van zilverbrokaat, waarop gouden waterlelies waren geborduurd en op heur hoofd stond een suikerbroodvormige muts a la Jacoba van Beieren, van welk suikerbrood een zilvergazen sluier om haar hals en schouders stroomde.

Haar verschijning deed in deze, in zwaren Engelschen stijl gemeubelde hal een beetje denken aan een geestverschijning in een oud Engelsch kasteel, waar eenmaal een moord werd begaan op de burchtvrouw en ze trok dan ook de sterk verwonderde aandacht der gasten, die in de Chesterfields en clubfauteuils zaten te wachten, te luieren of te rusten.

Doch uit een dier Chesterfields rees haastig de in een champagne-kleurig Palmbeach colbertkostuum gehulde figuur van den heer Pardus, welke daarna op de geestverschijning toetrad.

„O, meneer Pardus . .." sprak ze en ze reikte hem een hoog geheven hand, welke hij hoffelijk aan zijn lippen bracht.

„Ik zou U graag even willen spreken," fluisterde hij „maar het is beter, dat we naar de salon gaan, want er is hier nog al veel aandacht voor uw verschijning."

Ze glimlachte even, blijkbaar gevleid door die aandacht, knikte en ging hem dan voor naar de Empire salon, waar ze den dag tevoren hadden kennis gemaakt.

„Mevrouw Volkers," sprak de heer Pardus, nadat ze gezeten waren. „U is me buitengewoon sympathiek .. . U zult het me

Sluiten