Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zou zes honderd franc U convenieeren ? O. .. ik wil volstrekt niet, dat U om mij ook maar eenigszins in ongelegenheid raakt."

„Toch niet," antwoordde ze nochtans wat verstrakkend. „Ik vlei me evenwel, dat met dit voorschot uw volledig honorarium ook wel zoo ongeveer gedekt zal zijn," en ze haalde uit haar tasch nu een kleine portefeuille, waar ze een bankbiljet van vijfhonderd franc uit ontvouwde en een van honderd franc, welke beide biljetten ze hem daarna ter hand stelde.

De heer Pardus zette nu een zeer ernstig en ietwat droefgeestig gezicht en stak de biljetten in zijn broekzak; vervolgens haalde hij een portefeuille uit zijn binnenzak, nam zijn vulpen, scheurde een velletje uit zijn notitieboekje, schreef daar haastig iets op en onderteekende dat met een paar uitermate forsche halen, waarbij hij zijn bovenlip scheef omhoog trok.

„Ik ben U ten zeerste verplicht, mevrouw Volkers en hier is uw quitantie."

„Och, dat was nu niet..." begon ze.

„Nee, nee.. . pardon, pardon, mevrouw Volkers!" wuifde hij met een breed gebaar af. „Zaken zijn zaken!"

Meteen stond hij op. .

„Mevrouw Volkers, tot vanmiddag half zes dan."

„U zei eerst half zeven."

„Ik voel me verplicht uw coulance te reciprocheeren!"

Hij boog en verliet dan andermaal met opgeheven hoofd en snelle stappen de Empire salon.

In de hall stond de gerant met den portier te praten, de Heer Pardus trad een deuntje fluitend op de twee officials toe.

„Donnerwetter Herr Gerant, das vergess ich ja immer. Ich muss noch ein Kleinigkeit..."

Hij had de rekening uit zijn zak gehaald, haalde meteen de beide bankbiljetten uit zijn broekzak en overhandigde de rekening met het biljet van vijfhonderd franc aan den gerant.

„Ach So .. . Sie wollen . .. Bitte . .. Momang ..."

Sluiten