Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kijken en nu plots op een drafje den weg overstaken en op haar — mevrouw Volkers — toeliepen.

En dan ineens klonk het uit vier geverfde mondjes, in vier verschillende toonhoogten : „Dzjobs Melodia . . . Dzjobs Melodia .. . Dzjobs Melodia . .. Dzjobs Melodia ..

Mevrouw Volkers deinsde achteruit met zoo'n schok, dat haar suikerbroodmuts heelemaal scheef zakte, zoodat het geval ineens op een dolle carnavalsscène ging gelijken.

„Ik begrijp niet..." stamelde ze. „Meisjes .. . Hoe weten jullie . . . ?"

„Hoera jongens ... ze wint hetl" riep het grootste meisje. „Dag Dzjobs . .. Dag Melodia . .. Dag Dzjobsie ... Daag . . 1"

En met die joelend en gillend en lachend uitgestooten woorden stormde het troepje weg.

Voorbijgangers stonden stil en keken nieuwsgierig en geamuseerd naar de wonderlijke verschijning voor het hotel in de zilverbrokaten draperie en met de scheef gezakte suikerbroodmuts op het hoofd.

Doch daar kregen ze maar heel kort kans voor, want met een resoluut gebaar tikte mevrouw Volkers haar muts weer recht, greep de sleep van haar gewaad stevig in haar hand, wendde zich om en was een oogenblik later in de hal van het hotel verdwenen.

In die hal bevonden zich op dat oogenblik geen andere gasten meer; de portier zat in zijn kleine loge de courant te lezen.

Mevrouw Volkers zonk in een schemerdonkeren hoek in een crapaud en sloot de oogen.

„Groote hemel. .. Wat is dat ? ... Wat is dat allemaal ? ... Dat kan niet. .. nee, dat kan toch immers niet.. . eerst die jonge man en nu die vier toegetakelde meisjes ... Dzjobs Melodia. .. Dat zeiden ze toch allemaal... ze riepen het lachend . . . joelend . . . spottend . . . Och, nee . . . och nee . . . ze hadden zeker wat anders gezegd ... Het klonk maar zoo ... leek er alleen maar op . . . Maar ze wist toch zeker ... Vooral die jonge man.. . Tot driemaal toe en zoo nadrukkelijk en

Sluiten