Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk... en een van die meisjes had toch ook Melodia geroepen ... en een ander Dzjobsie. . .! En ze wint het. . . Ze wint het? Wat wint ze en wie wint er ? ... O, maar dat was niet te dragen ... Droomde ze soms ? .. . Hoe moest ze wakker worden ?"

Ze opende haar oogen, zag in het verlichte logevakje den portier gapen, ze hoorde den langen diepen geeuw.

„Nee, nee, ze droomde niet. . . dat was allemaal werkelijkheid ... ze kon zich de heele dag nog voor de geest halen... van uur tot uur, alles volkomen logisch sluitend, zonder een hiaat. . . Maar dan was ze gek . . . dan leed ze aan ha.11iir.inaties .. . dan hoorde ze stemmen .. . dat was het begin van vervolgingswaanzin ..

Terwijl mevrouw Volkers aldus ten prooi was aan een soort zenuwcrisis wandelde meneer Pardus, blootshoofds, in zijn zelfbewuste waardigheid, welke niet weinig werd gestimuleerd door het besef, dat hij weer een paar honderd franc op zak had, door de gezellige drukte van de keuvelende en kijkende toeristen, die zich op den Höhen Weg bewogen.

Het Sanatorium Waldfrieden waarvan Sanitatsrat Dr. Haffstaengel zich den eigenaar noemde, was het doel van zijn wandeling.

Het scheen zoo oppervlakkig bekeken wel een beetje zonderling, dat die meneer Ferdinand Drent, die een ladykiller van formaat scheen te zijn, met zijn dochter en die ietwat geheimzinnige „derde Persoon", welke laatste zoo zeer op de zenuwen van die brave mevrouw Volkers werkte, zich nu juist schuil hielden in een sanatorium.

Maar meneer Pardus was een man van ervaring, een man, die een heele boel had gezien van de wereld en dan ook drommels goed wist, dat er sanatoria zijn en sanatoria!

In ieder geval had mevrouw Volkers al meer dan haar misschien lief was, getoond, hoe verschrikkelijk veel prijs ze er op stelde om er achter te komen, niet alleen waar haar schoonzoon ergens uithing, maar ook, wat hij daar eigenlijk uitvoerde.

Sluiten