Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zes honderd franc had ze, om daar achter te komen, al vlotweg afgeschoven.

Of die schoonzoon, of die meneer Ferdinand Drent er ook zooveel voor over zou hebben om er achter te komen, waar zijn schoonmoeder ergens uithing ?

Toen meneer Pardus zoover met zijn overpeinzingen was gekomen, gaf hij een langdurig soort knipoogje tegen een persoon, welke zijn geestesoog op dat oogenblik blijkbaar zag en welke persoon vermoedelijk niemand anders was dan hijzelf.

„Ja, ja, ja. . overlegde hij dan zacht bij zichzelf, terwijl hij zeer vergenoegd glimlachte. „Daar kan iets in zitten. . . daar kan heel goed iets in zitten ... als ik die ... "

„Meneer Ferdinand Drent.. .!" zei plots een stem achter hem.

„Wat bliksem ... Hoe weet jij ... ?"

Meneer Pardus wendde zich om en keek in de lachende ietwat fletse oogen van een lang en geelharig jongmensch.

„Meneer Ferdinand Drent," herhaalde dat jongemensch dan met zeer nadrukkelijk rollende R's.

„Pardon ... ?"

„Tralala... 1"

En meteen wendde het jongemensch zich om en was een oogenblik later in den menschenstroom verdwenen.

„Wel alle donders!" vloekte meneer Pardus. „Ben ik nou mesjokke of hoe zit dat ? Ferdinand Drent ? . . . Hoe komt die knul aan die naam? En waarom zegt-ie dat tegen mij ?"

Hij was in zijn verbazing blijven staan, maar nu wendde hij zich weer om ten einde verder te gaan, toen hij zich plots omringd zag door een troep jonge meisjes, gekleed in witte blouses en wijde matrozenbroeken.

„Meneer Ferdinand Drent!" riep er een.

Door meneer Pardus voer een schok.

„Wat is dat ? ... Wel allemachtig ..."

„Meneer Ferdinand Drent 1"

„Hoe weten jullie ? .. . Wie ... Wat mot dat... ?"

Sluiten