Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij is hetl" kraaide een meisje, en dan ineens joelde het door elkaar, terwijl hij allemaal lachende zwart gekooide oogen en geverfde lippen om zich heen zag. „Bonjour Philip ... We hebben Dzjobsie ook al I"

Meneer Pardus werd vuurrood van drift.

„Jullie zijn gek .. . idiote mirakels ..." schold hij woedend.

„Bonjour Philip!. .. Bonjour Flippie!... De groeten aan Dzjobsie ...! Da&g ... D&èg!" en schaterend en joelend stoof het heele troepje dan uit elkaar en verdween tusschen de menschen.

„Nou breekt mijn klomp!" mompelde meneer Pardus, die met recht als „aan den grond genageld" was blijven staan. „Wat duvekater motten die wichten ? .. . Ferdinand Drent. Eerst die halve gare pisang met zijn water-en-melk oogen en nou deze weggeloopen balletgirls . .. Bonjour Flip ? ... Wat is dat voor een smoes ? ... En de groeten aan Jobsie ? . .. Jobsie ? . . . Mijn kop af als ik weet..."

Meneer Pardus stond zoo verzonken in zijn verbijsterde verwarring en zoo in zichzelf te praten, dat het de aandacht der voorbijgangers trok, waarvan er enkelen zelfs bleven staan.

En meneer Pardus was juist een man, die onder bepaalde omstandigheden in zijn leven — en die omstandigheden waren er vele — op straat liever heelemaal de aandacht niet trok, weshalve hij ook thans met een soort schrikschok die aandacht trekkende houding van zich af wierp en aanvankelijk wat haastig en dan op een meer kalme wijze, zijn weg vervolgde, al bleef het in zijn hoofd nog een beetje warrig door de beleefde sensaties.

Sanatorium Waldfrieden, hij had er reeds naar geinformeerd en zoo ervaren, dat het te vinden was in de bosschen achter Heimwehfluh en dus stapte hij dan ook weldra, na links van den Höhen Weg een zijstraat te zijn ingeslagen, met versnelde pas voort.

Een kwartier nadat hij onder de bekende uitspanning den belommerden straatweg was opgekuierd, ontdekte hij aan zijn

Sluiten