Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV.

„Speelt U de Wals van Durand nog eens."

Maud lachte.

„De Wals van Durand ? Ik zal een wiegenlied je voor je spelen, dan val je in slaap."

„Slaap ? Ik ben zoo wakker als iets. Ik heb nu al vier nachten tot negen uur 's morgens geslapen en dan nog dat gedwongen rusten 's middags! Nee, juffrouw Drent."

„Zeg toch Maud. Heusch Miep, je doet me telkens pijn met dat gejuffrouw!"

„De dochter van mijn .. ."

„Van je weldoener. Ja, ja, dat weten we nu wel! Dat vindt Paps zoo prettig om daar telkens aan herinnerd te worden. En Paps heeft je toch immers al een paar maal uitgelegd: Hij is Commissaris van die Filmmaatschappij waar jij werkte en nu is het toch heusch zoo'n verschrikkelijke weldaad niet, als hij er iets toe bijdraagt, om de gezondheid van het personeel van die Maatschappij een beetje op peil te houden. Paps zegt, dat het eigenlijk een vorm van egoisme is. Hoe gezonder het personeel, hoe meer werklust en hoe meer werklust, hoe meer dividend en tantièmes 1"

„Je vader is een schat."

„Dat is nu het eerste verstandige woord dat je spreekt, Miepsie!"

Het meisje op den divan lachte even, maar veegde dan haar oogen af.

Ze had een heel slank figuurtje, een beetje te slank voor een normale lijn, het gezichtje met de groote donkere oogen zag erg bleek tegen de omlijsting van het vlasblonde haar, dat in losse krullen om het gezichtsovaal dartelde.

Ze was gekleed in een eenvoudige witte pull-over en een

grijze rok.

Pap»

8

Sluiten