Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mieps bleeke gezichtje kleurde.

„Hoe lief van U," zei ze wat moeilijk.

„O maar Paps, ik doe mee, hoor!" riep Maud.

„Ik ook," en hij lachte en stak meteen een gesuikerde kastanje in zijn mond. „En dan ten slotte," vervolgde hij : „De dokter vond je pols al veel sterker dan toen je kwam. Er is geen enkel bezwaar tegen, dat je eens begint te wandelen en nog minder, dat je eens autotochtjes maakt. En daarom als jullie er zin in hebben, stel ik voor om langs het meer naar Thun te rijden en daar te gaan theedrinken."

Miep sprong van den divan.

„O, meneer Drent... dol!" riep ze uit. „Het is ineens of ik weer alles kan, ik ben niet duizelig meer. . . niks . . . niks I"

„Hoe laat gaan we, Paps ?" vroeg Maud.

„Laten we zeggen, vier uur," sprak hij op zijn horloge kijkend, „het is nu drie, ik moet nog een paar brieven schrijven."

„Fijn, dan hebben we heerlijk de tijd om ons rustig te verkleeden, hé Miep."

„Iets warms aandoen, hoor!" vermaande Paps en hij wilde de kamer uitgaan.

„O ja, Paps, hier zijn de ansichten voor de grootmoeders," zei Maud dan. „Miep en ik hebben al onderteekend ... als U nu ook uw naam er bij zet, kunnen ze weg."

Hij nam de kaarten van haar aan, bekeek ze en las de namen, dan lachte hij : „Heel goed : Dzjobs Melodia, Maud en nu komt daar nog bij, Doly, Nand of Ferdie, dat moet ik nog eens even uitknobelen."

„Hoe of de ouwetjes het zouden maken ?" vroeg Maud.

„O, best, hoop ik en daar twijfel ik ook niet aan," antwoordde hij, „en denk er om, dat we dan vanavond ook nog iets sturen aan Puck en Pim, hé ?"

„Zeker, Paps."

„Dan tot straks, hoor!" en Paps wendde zich andermaal om ten einde de kamer te verlaten, doch op dat oogenblik werd er op de deur geklopt. „Herein!"

Sluiten