Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is dat een voorbereiding om te komen vertellen, dat ze plotseling overleden is ?" vroeg Paps even wat onzeker.

„O nee, nee, nee!" riep meneer Pardus haastig uit.

„O, gelukkig. Dus of ik die dame ken ? Zeer zeker, dat is mijn schoonmoeder."

„Juist, meneer Drent, die dame weet niet waar U op het oogenblik verblijf houdt."

Paps fronste even zijn wenkbrauwen.

„Mijn beste meneer," sprak hij dan. „Houdt me ten goede, maar waar wilt U eigenlijk naar toe ?"

„Meneer Drent," hernam meneer Pardus na even op zijn nagels gekeken te hebben. „U reist op het oogenblik met uw dochter en met. . . nog een dame."

„Ja, dat klopt. En . . . ?"

„Uw schoonmoeder is niet erg ingenomen met die manier van reizen van U."

„Heeft ze U dat gezegd ?" en in Paps oogen was even de glans van een met moeite bedwongen glimlach.

„Ik heb het afgeleid uit een gesprek, dat ik met haar voerde."

„Dus U kent haar ?"

„Ik heb het genoegen en de eer. Ze is een cliënte van me."

„Merkwaardig. Een cliënte ? In welke zaak ?"

Meneer Pardus haalde even zijn schouders op, maakte een gebaar met de hand en zei dan glimlachend.

„In deze zaak."

„Deze zaak ? Wat deze zaak ?"

Meneer Pardus kuchte.

„Meneer Drent. Ik geloof toch, dat U heel goed begrijpt wat ik bedoel met „deze zaak".

Paps lachte.

„Misschien heeft U wel gelijk. Maar voor ik U nu verder te woord sta, wil ik U toch eerst eens zelf een paar vragen stellen, want er is iets duisters in het geval."

„Dat is uw goed recht."

„Heeft mevrouw Volkers U opgedragen mijn adres hier uit te visschen ?"

Sluiten